Enschede krijgt mogelijk de allereerste crematieoven ter wereld die niet werkt op aardgas, maar op groene waterstof. Crematoria Twente start een pilot om de sector op die manier te verduurzamen. De organisatie hoopt eind dit jaar de eerste lichaamsverbranding op waterstof te kunnen doen.
Het zijn niet de dingen waar je als eerst aan denkt bij een crematie, maar: die oven heeft brandstof nodig. Op dit moment is dat vrijwel altijd aardgas. Bij de verbranding van aardgas komt CO2 vrij, een broeikasgas dat leidt tot opwarming van de aarde.
In Nederland vinden jaarlijks ongeveer 120.000 crematies plaats. De uitvaartsector zoekt naar manieren om die duurzamer te maken. “Als je ons vergelijkt met de hele grote industrieën gebruiken wij relatief heel weinig aardgas”, zegt directeur-bestuurder Harriët Tomassen van Crematoria Twente. “Maar wij vinden wel dat wij ook vanuit onze sector moeten kijken naar hoe wij kunnen verduurzamen.”
Volledig elektrische ovens bestaan, maar lopen tegen beperkingen aan door netcongestie - een overvol stroomnet.
En dus neemt Crematoria Twente - dat eerder al pionierde met duurzame asbussen - het initiatief om te onderzoeken of groene waterstof een haalbaar alternatief is in een crematieoven. De organisatie krijgt Europese subsidiegelden voor de proef. Het gaat om het eerste project in Nederland waarin deze techniek in de praktijk wordt getest, zelfs wereldwijd draaien crematieovens nog niet op waterstof.
Opvallend is dat de technische ingreep beperkt blijft. “Het goede nieuws is dat de oven zelf niet aangepast hoeft te worden”, legt Tomassen uit. “Behalve dat er een leiding voor waterstof naast de aardgasleiding komt te liggen en er nieuwe branderkoppen in de oven moeten.” Voor de pilot wordt groene waterstof ingekocht en aangevoerd via speciale opleggers met grote cilinders erop, die het gas naar het terrein in Enschede brengen.
Het pilotproject wordt ondersteund door subsidie van de Europese Unie en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). De kennis die het project oplevert, kan ook relevant zijn voor andere sectoren die met hoge temperaturen werken, zoals de staal-, cement- of glasindustrie.
De proef richt zich niet alleen op de werking van de oven, maar ook op randvoorwaarden. “Het project is echt bedoeld om te kijken naar wat waterstof doet met onze installaties, maar ook met de veiligheid en met de vergunningverlening”, zegt Tomassen. Pas als dat duidelijk is, kan worden beoordeeld of opschaling realistisch is.
Mensen hoeven zich overigens geen zorgen te maken dat er wordt proefgedraaid met hun nabestaanden, benadrukt Tomassen. “En het gebruik van waterstof heeft geen invloed op het crematieproces: het resultaat is hetzelfde als met aardgas, dat weten we al. Het gaat over de installaties en de techniek erachter.”
De blik is ondertussen al verder gericht dan deze pilot. De directeur-bestuurder schetst een toekomstbeeld waarin het crematorium zelfvoorzienend wordt. “Mijn ideaal is dat we de waterstof straks zelf gaan opwekken met zonnepanelen en een elektrolyzer, zodat we het niet meer hoeven te kopen maar gewoon zelf kunnen maken.”
Als alles volgens planning verloopt, vindt de eerste crematie op waterstof eind 2026 plaats.