Op Landgoed Twickel zijn ze al jaren bezig met verduurzaming op allerlei fronten in Ambt Delden. Het gaat daarbij niet alleen om natuurbeheer, maar ook om het isoleren van gebouwen, onderhoud en de overstap naar natuurlijke energiebronnen. Gebouwbeheerder Jacco Hulst vertelt over de stappen die de stichting heeft gezet: “Verstookten we vroeger 60.000 kuub gas per jaar, tegenwoordig is dat nog slechts een tiende daarvan.”
Het is een zonnige herfstdag op Landgoed Twickel. In de eigen werkplaats bij de Rentmeesterij zijn twee vaklieden bezig met houtrestauratiewerkzaamheden en in de naastgelegen werkplaats werkt iemand geconcentreerd aan het beschilderen van wegwijzerbordjes.
Langs de muren staan grote zwart-witte luiken, de bekende Twickel-kleuren die het landgoed al eeuwenlang kenmerken. Onderhoud is een doorlopende klus op het landgoed, zoals het schilderen van de vele boerderijen.
Gebouwbeheerder Jacco Hulst vertelt enthousiast wat Landgoed Twickel allemaal doet op het gebied van duurzaamheid. “We hebben een kleine honderd boerderijen. Eén keer in de vier jaar schilderen we het zwarte houtwerk en de luiken van alle boerderijen en één keer in de acht jaar schilderen we het geheel”, zegt hij.
Stichting Twickel werkt samen met een fabrikant om eigen verf te ontwikkelen, onder meer met lijnzaad van het landgoed. “Zover zijn we nog niet. De productie van lijnzaad was dit jaar ook minimaal, maar het doel is uiteindelijk een eigen verf.”
Op de zuidgevel van de werkplaats worden verschillende soorten verf getest op duurzaamheid en kwaliteit: “We hebben hier vijftien soorten opgezet om live te monitoren wat ze doen. Er zitten watergedragen verven tussen, lijnolieverven, maar ook teerhoudende verven.”
Voor de oude monumenten is het belangrijk dat verf dampdoorlatend is. De lak moet aan de buitenzijde het hout beschermen tegen weersinvloeden, maar van binnenuit moet het vocht er ook doorheen kunnen.
Hulst: “We proberen duurzame materialen te gebruiken die langdurig meegaan en geen belasting vormen voor het milieu.” Twickel streeft ernaar om zoveel mogelijk met natuurlijke producten te werken, zoals lijnolieverf en minerale muurverf. Ook wordt voor restauratiewerkzaamheden bij voorkeur hout uit eigen bos gebruikt en gezaagd door de eigen zagerij.
Eén van de naar eigen zeggen 'meest impactvolle verduurzamingsslagen' die Twickel jaren geleden inzette, is de overstap naar een houtgestookte ketel. Een Duitse bio-installatie staat sinds 2013 ingegraven in de tuin van het kasteel en verwarmt niet alleen het kasteel zelf, maar ook de rentmeesterij en andere omliggende gebouwen.
“Het mooie is dat de installatie wordt gevoed met houtafval, waaronder houtsnippers en takken uit ons eigen bos. Dat past ook bij onze uitgangspunten als verduurzaming, het gebruik van eigen materiaal en circulariteit.”
Hulst schuift het dak van een enorme bak vol houtsnippers open en laat zien hoe diep de bunker is. Onderin bewegen schoepen, die de installatie ‘voeren’. De naastgelegen klep leidt naar de machinekamer, waar het heerlijk warm is. “Eerst verstookten we ongeveer 60.000 kuub gas per jaar, nu nog maar 6.000 kuub.”
De installatie kostte destijds zo’n driehonderdduizend euro. Tegenwoordig zou de prijs, inclusief geïsoleerde leidingen, rond de één miljoen liggen. De ketel draait inmiddels twaalf jaar en de investering is mede door de huidige gasprijzen al deels terugverdiend.
Hulst wijst naar de schoorsteen. Er komt slechts een klein wolkje naar buiten. “De snippers worden vers en nat verbrand. Bij volledige verbranding heb je geen afvalstoffen en bijna geen rook of walm. De uitstoot is met name vocht uit de snippers.”
Volledig van het gas afgaan is nu nog niet rendabel voor het landgoed en ook lastig te realiseren bij historische gebouwen, waaronder het kasteel. Sterker nog: dit is vrijwel onmogelijk zonder aantasting van de constructie.
Naast hout uit eigen bossen en verf uit eigen lijnzaad, heeft Landgoed Twickel onlangs een eigen bier gebrouwen van graan van de eigen akkers. Hulst laat trots een krat met flessen zien. “Het is een eenmalige productie van 1.500 flesjes. Hij is nog niet te koop op de markt, maar hij smaakt lekker”, zegt hij met een glimlach. Het bier wordt straks mogelijk via de eigen horeca van Twickel aangeboden.
Isoleren is de beste duurzaamheidsmaatregel. Immers, de energie die je bespaart, hoef je niet op te wekken. Een deel van de Rentmeesterij wordt momenteel intern verbouwd en dat moment wordt aangegrepen om het pand goed te isoleren. Het isolatiemateriaal bestaat voor honderd procent uit hout. "Het is een soort gesponnen houtvezel. We hebben hiervoor gekozen vanwege de kleine ecologische voetafdruk.*”
Daarnaast worden drie warmtepompen geplaatst als back-up voor de houtgestookte ketel. Ze zorgen niet alleen voor verwarming, maar kunnen de ruimtes in de zomer ook koelen. In de ramen wordt voorzetbeglazing geplaatst.
Op de zolder van het gebouw laat Hulst zien hoe de isolatie is aangebracht met dampwerende folie. “Ook in de vloer hebben we isolatie aangebracht. Enerzijds om warmte beneden te houden, anderzijds zorgt het voor geluidsreductie.” De verschillende stadia van het isolatieproces zijn goed voelbaar: achterin is het nog koud, in de tussenruimte behaaglijk en voorin comfortabel warm.
De Rentmeesterij wordt straks een nog prettigere plek om te werken. Hulst heeft daar ook zijn werkplek, maar hij zit er niet vaak. “Ik ben heel veel onderweg. Twickel is het grootste landgoed van Nederland. We zitten niet alleen in Delden. Soms moet ik helemaal naar Wassenaar, Leersum of Dieren. We hebben zelfs net over de grens in het Duitse Lage gebouwen staan.”
Het verduurzamen van het landgoed is een proces dat de komende jaren stap voor stap doorgaat. Maatregelen kunnen niet in één keer worden doorgevoerd. Het is een proces van jaren en bovendien een complexe uitdaging, die veel geld kost.
"Nee, je kunt dit niet in één keer doen. Dan zou Stichting Twickel meteen failliet gaan. Daarom koppelen we verduurzaming veelal aan groot onderhoud", zegt bouwmeester Jacco Hulst. "Als ergens dakpannen vervangen moeten worden, isoleren we meteen het dak. Zo verbeteren we stap voor stap het energielabel van onze gebouwen. Bijkomende voordeel is dat er op deze wijze ook geen materialen worden verspild. Goede materialen mogen hun levensduur uitzitten tot ze aan vervanging toe zijn."
Het is mede daardoor een immense opgave die Twickel heeft: “We praten hier ook over een investeringsagenda van wel een mensenleven lang. We moeten de volgende 100 jaar kunnen overbruggen. Dat houdt in dat we nu andere keuzes moeten maken en soms ook voor duurdere of minder voor de hand liggende oplossingen."
* De ecologische voetafdruk kijkt naar hoeveel aardoppervlak er nodig is om bijvoorbeeld voedsel en producten te produceren, wegen en huizen te bouwen en afval te verwerken.
Camera en montage: Bert van der Molen