Jeugdhulporganisatie Jarabee heeft de financiële problemen opgelost en het voorgeschoten zorggeld van de veertien Twentse gemeenten terugbetaald. Dat laat het Hengelose college van burgemeester en wethouders weten aan de gemeenteraad. De jeugdzorginstelling kwam in 2023 in financieel zwaar weer terecht en werd toen onder verscherpt toezicht geplaatst.
Nu het voorgeschoten geld weer is verrekend en de problemen zijn opgelost, staat de jeugdzorgclub niet meer onder streng toezicht van zowel de Jeugdautoriteit als de Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp in Twente/Samen14 (OZJT), het samenwerkingsverband van de 14 Twentse gemeenten op het gebied van jeugdzorg. Hier kopen de partijen gezamenlijk jeugdzorg in.
‘We zijn blij u te kunnen melden dat de liquiditeitspositie van Jarabee zich in 2024 en in de eerste helft van 2025 in positieve zin boven de verwachtingen heeft ontwikkeld’, schrijft het college in de brief. De verrekening van het voorgeschoten zorggeld zou volgens afspraken pas in januari 2026 gebeuren, maar dat kon al veel eerder: 'Uit de monitoringsgesprekken en diverse analyses blijkt dat financiële positie van Jarabee zodanig is verbeterd, dat de verrekening in september 2025 mogelijk was.'
De alarmbellen in bestuurlijk Twente gingen dan ook af in 2023 toen een faillissement dreigde voor de grootste jeugdhulpaanbieder van de regio. Volgens de jaarrekening van Jarabee had de organisatie in 2023 last van onder andere de hoge inflatie en het wisselende aantal cliënten, doordat jongeren via voorliggende voorzieningen, zoals hulpverleners op scholen en in de wijk, al geholpen konden worden.
De Twentse gemeenten wilden voorkomen dat de zorg voor jonge Tukkers bij een faillissiement in het geding zouden komen en besloten het in Hengelo gevestigde Jarabee uit de brand te helpen door 1,6 miljoen euro zorggeld voor te schieten. Ook moest Jarabee allerlei herstelacties uitvoeren om de organisatie op orde te krijgen.
Deze acties bestonden onder meer uit het verlagen van de administratieve lasten, het verhogen van de declarabiliteit (het percentage van het aantal gewerkte uren dat aan de klant kan worden doorberekend) en een versteviging van de bedrijfsvoering.
Nu het verscherpte toezicht is opgeheven, wordt de monitoring door de Jeugdautoriteit en het OZJT op een reguliere manier voortgezet.