Alle ondergrondse en bovengrondse afvalcontainers voor plasticafval moeten uit het Enschedese straatbeeld. Dat werd vorige week bekend. Een gevolg van landelijke afspraken. Maar wat betekent dit voor Enschede, waar het afvalbeleid al meer dan tien jaar gericht is op het zoveel mogelijk inzamelen van plastic-, metaal- en drankverpakkingen (pmd)? Gaan hoogbouwbewoners nu dubbel zoveel betalen, omdat zij meer restafval hebben? Er is veel onbekend, maar we doen een poging om een antwoord te vinden op deze zorgen van inwoners.
In Enschede is vorig jaar bijna 8 miljoen kilo aan 'plasticafval' ingezameld. Een groot deel daarvan - zo'n 5 miljoen kilo - was afkomstig van containers in de openbare ruimte. Hoewel dat afval als gescheiden stroom wordt ingezameld, blijkt het in de praktijk anders te liggen. Geregeld blijken straatcontainers met verpakkingen tot wel 90 procent vervuild met andere (rest)afvalstromen. Dat is waarom landelijk is afgesproken dat deze containers gaan verdwijnen.
Diftar is het principe van de 'vervuiler' betaalt. Wie meer (onbruikbaar) restafval aanbiedt, moet daarom meer betalen. Nu een deel van de Enschedeërs straks geen mogelijkheid meer heeft om plasticafval te scheiden, neemt de hoeveelheid ingezameld restafval toe. Maar dat betekent niet dat het systeem van diftar gaat verdwijnen. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), producentenvertegenwoordiger Verpact en de Nederlandse Vereniging voor afval- en Reinigingsdiensten (NVRD) doen namelijk de volgende uitspraak in hun samenwerkingsovereenkomst: 'Diftar levert fors meer gescheiden pmd-materiaal op en leidt niet tot meer niet-pmd doelmaterialen in het pmd.'
Met andere woorden: diftar is niet de schuld van de vervuiling van het plasticafval. En dat is opmerkelijk, omdat er in Enschede sinds invoering van diftar wel degelijk een verband lijkt te zijn tussen een afname van het aantal kilo's restafval en de toename van gescheiden verpakkingsafval, dat vervolgens zwaar vervuild is. Zo zijn ook de opruimkosten van afvaldump na invoering van diftar toegenomen. Hoewel de gemeente de link met diftar nooit heeft willen leggen, zeggen inwoners iets anders. In een onlangs uitgevoerde enquête over 'afvalgedrag' onder ruim 3.000 inwoners, wijt twee derde van de respondenten afvaldump mede aan de kosten of prijs(perceptie) van het afvalbeleid.
De mogelijkheid voor hoogbouwbewoners om plasticafval te scheiden verdwijnt. En dat betekent automatisch dat de zak met restafval sneller vol is en dus vaker weggegooid moet worden. En dus vrezen veel inwoners dat er straks veel meer betaald moet worden voor de afvalstoffenheffing. Per 'klik' van de ondergrondse container zijn inwoners nu namelijk 1,25 euro kwijt. Gebaseerd op de reacties op social media zijn veel Enschedeërs bang dat zij straks minimaal 2,50 euro per week moeten betalen voor hun restafval.
Hoewel het logisch klinkt, is die laatste conclusie te kort door de bocht. Een gemeente mag voor de afvalstoffenheffing alleen de kosten in rekening brengen die met het aanbieden van die dienst gepaard gaan. Anders gezegd: er mag geen 'winst' worden gemaakt met deze vorm van belasting. Volgens de meest recente beschikbare cijfers komt het gemiddelde aanbod van restafval in Enschede omgerekend neer op 56 'kliks' van de ondergrondse container per jaar. Dat is 70 euro. Als het aanbod verdubbelt, omdat pmd niet meer kan worden gescheiden, zou dat met gelijke tarieven 140 euro worden. Dat ligt niet voor de hand, omdat de kosten van de gemeente voor het totale afvalbeleid niet met dezelfde percentages zullen stijgen.
Dat is simpelweg nog niet te zeggen. Daarvoor zal er de komende tijd nog veel uitgezocht moeten worden. Het college lijkt niet te willen stoppen met diftar. Om het scheiden van glas, gft, oud papier en textiel te blijven stimuleren zal er dus afgerekend blijven worden per aanbod van restafval. Ook al is het effect van dat systeem op basis van de cijfers niet mega groot te noemen. Dat effect zat hem vooral in een grote toename van gescheiden plasticafval, dat zwaar vervuild blijkt.
Normaal gesproken zal het tarief voor restafval gaan dalen. De vraag is wel of het eerlijk is om dat over alle Enschedese huishoudens te verspreiden. Bewoners van laagbouw behouden immers wél de mogelijkheid om plasticafval te scheiden en hebben daardoor relatief gezien minder restafval. Logischer is het invoeren van verschillende tarieven voor hoog- en laagbouw. Het is overigens niet gezegd dat de tarieven sterk zullen dalen. De gemeente Enschede zal namelijk heel wat kosten moeten maken om het inzamelsysteem te veranderen.
De afgelopen tien jaar - maar eigenlijk al sinds de ondertekening van het convenant 'Afvalloos Twente' in 2012 - zijn in Enschede alle pijlen gericht op de invoering van diftar. In de hele stad zijn bijvoorbeeld milieupleinen gerealiseerd. Door de sterke focus op plasticafval zijn er verspreid over Enschede 265 ondergrondse en bovengrondse oranje containers voor verpakkingsmateriaal te vinden. Die moeten straks allemaal uit het straatbeeld verdwijnen.
Het probleem is dat deze containers worden geleased van Twente Milieu. Verkopen heeft geen zin, omdat andere gemeenten in hetzelfde schuitje zitten als Enschede. De gemeente bekijkt de mogelijkheden om containers om te bouwen voor bijvoorbeeld restafval en/of ze te verplaatsen naar elders. "De kosten en contractuele gevolgen daarvan worden nog onderzocht", aldus een gemeentewoordvoerster.
Behalve de containers heeft natuurlijk ook inflatie invloed op de inzamelkosten en dus ook de tarieven in de afvalstoffenheffing. Ten slotte lijkt er ook aan de inkomstenkant het nodige te veranderen. Een gemeente krijgt een vergoeding van Verpact per ton ingezameld pmd. Maar er lijkt strenger te worden toegezien op vervuiling in plasticafval dat afkomstig is van laagbouwbewoners. Te vuile vrachten worden simpelweg niet (volledig) vergoed en dat kost de gemeente geld. En laten ook de oranje inzamelcontainers van laagbouwbewoners in Enschede nou niet uitblinken in schoonheid...
Dat is nog niet zo makkelijk. Nu al zitten de grote steden Enschede en Hengelo (Almelo stapt uit Twence en zit in een andere situatie) met hun handen in het haar, omdat restafval van hoogbouwbewoners straks moet worden nagescheiden op verpakkingen. Contractueel zijn deze gemeenten als aandeelhouder namelijk verplicht om hun restafval bij de verbrandingsinstallatie van Twence aan te bieden. Maar het bouwen van een nascheidingsinstallatie bij Twence is door de aandeelhouders tegengehouden. Dat betekent dat het restafval van hoogbouwbewoners straks eerst naar een installatie elders (waarschijnlijk Münster) wordt gebracht en na het nascheiden alsnog naar Twence gaat.
Lees verder onder de afbeelding.
Dat is wat omslachtig. Maar het bouwen van een nascheidingsinstallatie bij Twence is niet op korte termijn geregeld en zal pas rendabel zijn als op z'n minst alle aandeelhouders er al hun restafval (+ pmd) laten scheiden. En dat zou betekenen dat alle gemeenten die bij Twence zijn aangesloten hun afvalbeleid en inzamelsystematiek moeten veranderen. Je begrijpt al: het is allemaal nog niet zo eenvoudig.
Afwachten. De nieuwe overeenkomst tussen de VNG en Verpact gaat vanaf 1 januari 2026 in. Maar het is logisch dat Enschede dan nog niet klaar is voor de overgang. Afgesproken is dat gemeenten de tijd krijgen om de pmd-containers uit de openbare ruimte te halen. Maar er zijn wel financiële consequenties. "Voor pmd uit verzamelcontainers in de openbare ruimte geldt geen vergoeding, vanwege de hoge vervuiling", aldus een gemeentewoordvoerster. "Dit pmd wordt tot aan de transitie nog nagescheiden, en vrachten worden niet afgekeurd."
Verpact betaalt de helft van de transitiekosten die gemoeid zijn met het verwijderen of omvormen van de oranje (ondergrondse) containers en biedt de gemeente begeleiding. Vanaf 1 januari 2027 zijn de kosten voor op- en overslag en transport van pmd naar de nascheidingsinstallatie voor rekening van de gemeente. Voor de gemeente betekent dit dat het handig is om tegen die tijd de plannen voor elkaar, de kosten in beeld en de nieuwe tarieven doorgevoerd te hebben.