Wie Bibliotheek Hengelo zegt, zegt Gerdy Kamphuis. Kamphuis (op 10 november wordt ze 67) werkte bijna 50 jaar voor de Hengelose vestiging van wat tegenwoordig Bibliotheek Twente heet. "Waarom ik zo jong al bij de bieb begon? De directeur van mijn school, de Fatima Mavo in Hengelo, kreeg de vraag van de toenmalige biebdirecteur of er meiden waren die níet wilden doorleren. Ik was helemaal klaar met school en wilde dolgraag aan het werk."
Zo kwam de toen 17-jarige Gerdy Kortink als administratief medewerkster te werken bij de bieb aan de Vondelstraat. "Ik had alleen maar oudere zussen en een broer, die al werkten. Ik zag dat ze lekker geld verdienden en ik had toen ook al een zaterdagbaantje, dus werken was mij niet vreemd."
Ze begon op de bindadministratie: "Destijds keken we alle boeken die terugkwamen nog na op schade. Vanuit de SWB was er een dame, Annelies heette ze, bij ons geplaatst, die het eenvoudige herstelwerk deed en als het nodig was, ging een boek naar Bonzet, de boekbinder in Enschede. Tegenwoordig schrijven we ze af."
Daarnaast verzorgde ze de boeteadministratie: "Als mensen hun boeken niet inleverden, kregen ze eerst twee keer een automatisch verstuurde herinnering. Zo nodig volgde er daarna een boetebrief en tenslotte werd meneer Emmens op pad gestuurd. Die ging namens de bieb de deuren langs. Of het een keiharde deurwaarder was? Nee, hoor, meneer Emmens herinner ik me als een heel lieve man."
Toen ze trouwde met vrachtwagenchauffeur Bennie Kamphuis verhuisde ze naar Ootmarsum. Ze kregen drie kinderen en Gerdy past inmiddels een vaste dag per week op op haar vijf kleinkinderen, maar vertrok nooit bij haar werkgever: "Ik vond het werk veel te leuk. Ik ben in de loop der jaren wel fors teruggegaan in uren. Van 40 in het begin naar 18 de laatste jaren."
Dat ze niet om de hoek van de bieb woont, vindt ze prettig: "Ik heb er wel eens jongens uitgezet, die overlast veroorzaakten. Dat waren beslist geen lieverdjes. Dan vond ik het heel fijn dat ik ze 's avonds op straat niet weer tegen kon komen."
Zij en haar collega's hebben regelmatig cursussen van een oud-politieagent over hoe om te gaan met lastige klanten. Moeiteloos diept ze de belangrijkste adviezen op: "Ik probeer zoveel mogelijk mensen te groeten. Het begint ermee dat je laat merken dat ze gezien zijn. Als het dan mis gaat, probeer je te luisteren, begrip te tonen en de angel eruit te trekken. Uiteindelijk gaat het er niet om dat je per se een discussie wilt winnen, maar dat je de rust wilt bewaren."
Ze is absoluut geen boekenwurm: "Mensen kijken me vaak raar aan als ik zeg dat ik niet veel lees. De Zeven Zussen of De Camino van Anya Niewierra, dan houdt het wel op. In elk geval geen diepgravende literatuur. Ik was nooit zo van de boeken, meer van het menselijke contact. Ja, ik ben een echt 'klantenservicemens'."
Een van de leuke aspecten van haar werk was het meedraaien op de bibliobus: "Toen ik begon, had ik allemaal administratieve taken, maar op de bus moest je ook met klanten kunnen omgaan en iets van boeken afweten. Dat maakte het werk alleen maar uitdagender. En je komt nog eens ergens."
Lees verder onder de afbeelding.
Ze besloot haar groot rijbewijs te halen, nadat ze daarvoor gevraagd werd: "Dan kan ik zelf met bus op pad. Vergis je niet: dat was een truck met oplegger. Geen kleine jongen!" Helemaal vreemd met het vak is ze niet: haar man komt uit een transportfamilie. Het zweet breekt haar zoveel jaren later nog uit als ze denkt aan de manoeuvres die ze soms moest uithalen: "Bij Huize Avondrust (tegenwoordig woonzorgcentrum Het Woolde, red.) moest ik achteruit insteken. Dan stond ik met dat gevaarte dwars over de Geerdinksweg. Was best opletten geblazen, haha."
Met die truck kwam ze onder meer eens per week in Beckum: "Dat was toch een ander publiek dan Hengelo. Ik ben wel van het Twents en de Twentse gebruiken, dus vond het daar echt leuk. Ik herinner me nog een bezoeker die kwam met de vraag 'He'j nog beuke oaver doem?' Ja, in Beckum wonen nogal wat duivenmelkers, haha."
Toen ze midden jaren zeventig bij de bieb begon, was er nog sprake van een openbare (Vondelstraat) en een katholieke (Thiemsburg) bibliotheek, maar de fusie was toen al in gang gezet. "Ik heb nooit iets gemerkt van die verschillende bloedgroepen."
In september gaan Gerdy en Bennie met de caravan op vakantie naar Zuid-Europa. Bij terugkomst mag ze nog vier weken werken en dan wordt ze ongetwijfeld met alle egards uitgezwaaid. "Of ik het werk ga missen? Dat weet ik nu nog niet, maar ik ben allang blij dat ik m'n pensioen in goede gezondheid haal."
Een anekdote die haar nog altijd de slappe lach bezorgt, gaat over de klant die z'n kunstgebit verloor als gevolg van een niesbui: "Ik zie 'm nog zo liggen. Dat was nog in Thiemsbrug. Daar hadden we een enorme balie. Het kunstgebit vloog zo langs mij en m'n collega heen. Ik moest 'm oppakken en teruggeven aan die man. Of hij mij dankbaar was? Nee, joh! Die man was not amused! We deden het namelijk bijna in onze broek van het lachen."