Herman Hendriks woont sinds vier weken op de plek waar Enschede tien nieuwe woonwagenstandplaatsen wil realiseren. Officieel mag dat nog niet, maar de doorgewinterde woonwagenbewoner wacht niet langer. “Ik ga hier niet meer weg.”
Hendriks woont al ruim 25 jaar in een woonwagen en is geen onbekende als het om protesten gaat. In 2018 pleit hij voor een nieuw woonwagencentrum. Met succes: de gemeente wijst tien percelen aan aan de Windmolenweg, op een stuk grond vlak na de fietsbrug over de Auke Vleerstraat richting Boekelo. De bedoeling is dat de standplaatsen eind 2023 klaar zijn. Maar zo ver komt het niet.
De ontwikkeling van het terrein ligt stil door een bezwaar van de Vereniging Behoud Twekkelo. De Raad van State buigt zich daar in september over. Pas daarna kan de gemeente beginnen met het bouwrijp maken van de grond en de aanleg van nutsvoorzieningen. Voor het project is 450.000 euro subsidie beschikbaar.
Hendriks en twee andere bewoners zijn de wachttijd zat en bezetten het terrein. Op spandoeken maken ze hun standpunt duidelijk: ‘Veel beloven en weinig geven, zal Enschede in vreugde leven!’ en ‘Wel AZC, maar geen woonwagenkamp. Beloofd = beloofd.’
Waarom de woonwagenroutinee de teksten daar heeft hangen? “Ze hebben iets beloofd, maar daarna werd alles vooral moeilijk”, legt Hendriks uit.
Enschede telt nu één woonwagenkamp, maar onderzoek toont aan dat er behoefte is aan meer plekken. De locatie aan de Windmolenweg is gekozen na jarenlang zoeken. “Die plek voelt goed”, zegt Hendriks. “Ook de buurtbewoners omarmden ons.”
Lees verder onder de afbeelding.
De liefde voor het leven in een woonwagen zit diep. “Ik heb wel een appartement, maar als ik daarbinnen zit, komen de muren op me af. Dat trek ik niet”, aldus Hendriks. “Wonen in een wagen geeft me een gevoel van vrijheid. Dat je wakker wordt en om je heen kan kijken – dát is pas leven. Ik wil van links naar rechts en van boven naar onder kunnen kijken.”
Naast de trage voortgang van het woonwagenproject krijgt Hendriks te maken met een ernstige infectie. Hij loopt de streptokokken A-bacterie op, ook wel bekend als een vleesetende bacterie. “Ze hebben een groot deel van mijn arm moeten amputeren”, vertelt hij. “Inmiddels is de bacterie verdwenen, maar ik heb nog altijd veel last van fantoompijn en een andere infectie. Die is gelukkig niet levensbedreigend.”
Zijn vrouw Bianca staat hem bij. “Zij verzorgt mij en helpt mij met alles. Daarnaast heb ik hier ook steun van twee andere woonwagenbewoners.”
De gemeente kreeg eerder 450.000 euro subsidie voor het project. Dat geld is bedoeld om het terrein bouwrijp te maken en te voorzien van nutsvoorzieningen. Maar zonder uitspraak van de Raad van State ligt alles stil. In september buigt de instantie zich over de zaak.
“Mocht de gemeente willen dat we eerder weggaan, dan vind ik dat ook niet erg – zolang we dan maar een plek krijgen.”
Lees verder onder de afbeelding.
Na zijn ziekbed verliest hij het plezier in het leven. Ook de hoop verdwijnt. “Twee weken geleden had ik je verteld dat ik het leven niet meer zag zitten en dat ik het nieuwe woonwagenkamp niet meer zou meemaken”, legt Hendriks uit. “Vandaag de dag sta ik er anders in en ben ik hoopvol dat we eruit kunnen komen. Eén ding weet ik zeker: ik ga hier niet meer weg. Ze bouwen maar om me heen.”