Een diep over het hoofd getrokken breedgerande hoed. Lange grijze lokken, scherpe oogopslag, scherpgeslepen trekken en een sjekkie in een mondhoek. Spijkerpak. In de borstzak een zakje hash. Wie Enschedeër Erik Kappelhoff ontmoette, is hem niet vergeten. Niet alleen om die verschijning, ook om zijn uitgesproken kijk op het leven die hij niet onder stoelen of banken stak. Kappelhoff overleed zaterdagnacht.
Kappelhoff (73) was lange tijd eigenaar en bedrijfsleider van Kruimeltje, de tweedehandsboekwinkel die tot 2013 in de Zuiderhagen zat. Op de plek waar nu Comicasa zit. Een belangrijk hoofdstuk in het leven van de Enschedese vrijbuiter, maar bij lange na niet het enige. Hij was een anarchist pur sang; er zal sinds de jaren 70 nauwelijks een autonoom initiatief in de stad zijn ontplooid waarbij hij niet actief betrokken was.
‘Na een kort ziekbed’, heet het dan in overlijdensaankondigingen. Kort was het; enkele weken geleden werd uitgezaaide longkanker geconstateerd. Niets meer aan te doen, nog enkele weken. Kappelhoff was er ook de man niet naar om daar met ingrijpende behandelingen nog een week of wat aan toe te voegen. Niet leuk, maar het was klaar.
Ziekbed werd het niet. Dat had Kappelhoff ook niet gepast. En het bleek niet nodig. Het eigen huis was geen optie meer, zes trappen waren een berg waar hij niet meer tegenop kon. Maar vrienden zat. En dan moet je in het netwerk van Kappelhoff zijn; dat heeft weinig op met alles wat professioneel en gereguleerd is in onze samenleving en regelt de zaakjes liever zelf. Ook als het om de dood gaat.
Kappelhoff lag een blauwe maandag in een hospice, want ook anarchisten hebben zorg nodig zo vlak voor de hemelpoort. Maar ‘dat was niks’, zegt vriendin van een halve eeuw Alice Brusse. Vrijdag kwam hij bij haar. “Ik heb zo’n vlag uit de jaren tachtig boven zijn bed gehangen. Van die protesten tegen kernwapens in Europa, weet je wel. Dat vond ‘ie prachtig.”
’s Avonds is er gegeten. ‘In de tuin, Erik in een rolstoeltje’. Vriendinnen die couscous klaarmaakten, de drie kinderen van Kappelhoff en een groepje van zijn meest intieme vrienden. “Hij kon alleen nog fluisteren en daar hebben we grappen over gemaakt, natuurlijk.” Kappelhoff die zijn mond houdt, dat was inderdaad een zeldzaamheid.
“Hij wilde nog een sigaretje, dus dat heeft ‘ie gehad”, vertelt Brusse. Het zou die nacht al weleens kunnen gebeuren, dacht een van de aanwezigen. Het bleek een voorspelling. Om twaalf over twaalf gleed Erik Kappelhoff ‘oet de tied’, een staat van zijn die hem ergens altijd al beter paste.
Met uitzondering van een periode van een week of wat, nog niet eens zo lang geleden. Kappelhoff probeerde te stoppen met roken. Of in elk geval te matigen. Hij had zichzelf een limiet opgelegd: om de drie uur een sigaret, niet meer. “Hoe laat is het?” vroeg ‘ie om de haverklap aan wie maar naast hem zat. “Oh. Nog een kwartier. Dan mag ik roken.”
Niemand legde hem regels op. Niemand, behalve hijzelf. En dan alleen als het in zijn ogen echt niet anders kon. Andersom: hij legde zelf ook niemand regels op. Hij vond wat ‘ie vond, maar gunde iedereen een eigen mening. “Mijn religie is de vrijheid.”
Dat Kappelhoff zich niet liet vangen in een systeem dat het ritme van het bestaan dicteert, bleek uit meer dan het feit dat hij geen horloge droeg. Hij wide niets te maken hebben met sociale media, algoritmen en geautomatiseerd betalingsverkeer. Fuiken waar de goegemeente massaal inzwemt, wordt gestript van eigenheid en autonomie en nooit meer uitkomt.
Lees verder onder de afbeelding.
Kappelhoff haalde zijn AOW af aan een loket. Droeg ook zijn belasting en huur cash af. Betaalde het kaartje voor de overtocht naar zijn geliefde Schiermonnikoog contant, ook al is de kassa in de haven van Lauwersoog allang opgeheven. “Dat kan niet meneer”, zeiden klerken bij de SVB, de Belastingdienst, de woningbouwvereniging en de veerdienst tegen hem. “U moet een bankrekening nemen.”
Inmiddels kennen de mannen en vrouwen van het veer de Enschedeër met zijn leren hoed. Zij rekenen met hem af en varen hem met alle plezier over. Ook de overheidsdienaren die zaken met hem moesten doen, hebben zich uiteindelijk geschikt in Kappelhoff’s weigering om digitaal af te rekenen. Alleen nieuwe medewerkers fronsten nog de wenkbrauwen en raakten in paniek bij die zonderling die weigerde binnen de lijntjes te kleuren.
Of zij hem gaan missen? Dat is de vraag. Vermoedelijk wel eventjes, als hij al te lang niet op komt dagen. In Enschede ligt dat anders. Daar zal hij door tallozen worden gemist. Authentieker dan Erik Kappelhoff worden er niet veel gebakken.
12 januari 1952 - 13 juli 2025
politiek
Dat Kappelhoff met zijn rug naar de samenleving stond, kun je niet zeggen. Integendeel. Hij was actief bij de CPN, kort na de millenniumwissel lijsttrekker voor de lokale partij Groen Vrij en Blij (en probeerde Jan Mans zover te krijgen dat die cannabisgebruik zou legaliseren) en lijstduwer voor de Partij voor de Dieren. Sinds het uitbreken van de oorlog in Gaza droeg hij een Arafat-sjaal, als vreedzaam protest.
maatschappelijk
Kappelhoff was actief betrokken bij tal van initiatieven die in Enschede ontstonden, zolang die maar van onderop en zo autonoom mogelijk werden bestuurd. De lijst is lang, maar denk aan De Kokerjuffer, poppodium Attak, kunstenaarscollectief en vrijplaats Studio Complex en Cultureel Vulpunt Tankstation.
cannabis
Enschede heeft als grensstad altijd geworsteld met het Nederlandse drugsbeleid. Kappelhoff maakte een scherp onderscheid tussen harddrugs en cannabis. Wat hem betreft moest het gebruik van dat laatste uit de criminele sfeer worden gehaald. Legaliseren, om te voorkomen dat daar fout geld aan wordt verdiend. Als voorschot op die legalisering zwierf hij een tijdlang in het schemergebied van gedoogde en illegale handel in wiet.
de vrije handel
Kruimeltje, de roemruchte antiquarische boekhandel in de Zuiderhagen, verschafte hem de mogelijkheid om binnen zijn eigen vrijheidsideaal geld te verdienen. En kennis te verspreiden. Het legde hem geen windeieren, vanzelfsprekend in contanten. Na een langdurige gedeeltelijke afsluiting van de straat en forse inkomstendaling, moest hij de zaak in 2006 overdoen. Een moeilijke beslissing, die hij nog lang met zich meedroeg. Dat hij er nagenoeg niets aan overhield, deerde hem naar eigen zeggen dan weer niet.