‘Sing along’, zeggen ze in de Engelstalige wereld. ‘From scratch’. Dat is: in één dag een koorstuk instuderen en uitvoeren. In Londen doen ze het al sinds mensenheugenis en in het westen van Nederland decennia. Stichting Enschedese Meezingconcerten haalde het concept tien jaar geleden naar het oosten van het land en viert dat met een uitvoering van het laatste werk van misschien wel de mafste Italiaanse componist die ooit geleefd heeft.
Dat gaat om de ‘Petite Messe Solennelle’ van Giocchino Rossini, een koorstuk dat lang niet zo ‘petite’ is als de naam doet vermoeden. Die ‘Kleine Mis’ heeft een opmerkelijk verschijningsverhaal: het was niet alleen de zwanenzang van Rossini, de orkestversie werd pas vijf jaar na zijn dood voor het eerst opgevoerd omdat de paus dwars lag.
Gioachino Antonio Rossini (1792 - 1868) schreef vooral opera’s. Veertig, in twintig jaar tijd. Veel in opdracht, als het aan hem lag graag met een komische noot. Die ‘opera buffa’ was de volkse variant van de serieuze opera; vergelijk het met het verschil tussen een art-housefilm en een televisiesoap. Gewone verhalen over gewone mensen vol zelfspot en veel luchtiger.
Het bekendste voorbeeld van zo’n opera buffa is misschien wel De Barbier van Sevilla. Van… inderdaad: Rossini. Die werd dan ook een heel grote meneer en puissant rijk.
De koorpartijen moesten door normale stemmen gezongen kunnen worden. Het was de tijd waarin castraten het goed deden in vooral religieuze muziekstukken. Dat zijn jongens die bijtijds van hun testikels waren verlost, voor zij de baard in de keel kregen (en aardse aangelegenheden hen zouden afleiden van het hemelse). Duizenden mannelijke sopranen vertolkten de bovenstem in kerkkoren. Rossini had er een hekel aan.
Hij hield niet van de klankkleur van een castratenkoor, zo wordt gezegd. Maar het zou best kunnen dat hij ook niet hield van het gebruik. De componist was zelf een levensgenieter. Hij trouwde twee keer, maar tekenend is ook dat er een biefstuk naar hem is vernoemd: de Tournedos Rossini.
De ‘Petite Messe Solennelle’, die STEM zaterdag opvoert, schreef hij in de herfst van zijn bestaan. Rossini was verhuisd naar Parijs en zich meer gaan toeleggen op pianostukken en vocale stukjes voor de muzikale salons die hij er organiseerde. Met gasten als Franz Liszt, Anton Rubinstein en Giuseppe Verdi.
De ‘kleine plechtige mis’ was zijn laatste werk. ‘De laatste doodzonde van mijn oude dag’, zei hij er zelf van. Het werk is geschreven voor twaalf zangers, twee piano’s en een harmonium. Het ging in première op 14 maart 1864. Rossini schreef er nog een orkestbewerking voor (voordat anderen op dat idee zouden komen), maar die werd pas vijf jaar later voor het eerst opgevoerd. Na zijn dood.
Lees verder onder de afbeelding.
Rossini wilde per se een première in een kerk. Het was een mis, per slot van rekening. Met vrouwenstemmen, in plaats van castraten. Onacceptabel, vond de paus. Zingende vrouwen, in de kerk nota bene; veel gruwelijker kon het toch niet worden. Daar hadden we nou castraten voor.
In die laatste decennia van de 17e eeuw, na Rossini’s overlijden, kantelde dat. Castratie van knaapjes voor kerkkoren werd in Italië verboden in 1870 en die prachtige sopraanpartijen moesten natuurlijk toch gezongen worden. Ook in de kerk.
Er zijn er die zeggen dat die laatste (niet zo) kleine mis een opera is, vermomd als mis. Dit is wat Rossini zelf onder die zwanenzang schreef: ‘Lieve God, hier is het, mijn onbeduidende kleine mis. Heb ik nu waarachtig heilige muziek gamaakt, of heb ik de muziek geheiligd? Ach, U weet dat ik ben geboren voor opera buffa. Maar wees gezegend en schenk mij het paradijs.’
Gioachino Antonio Rossini
uitgevoerd door STEM
zaterdag 14 juni 2025
16:30 uur
Ontmoetingskerk, Varviksingel 139, Enschede
toegang gratis