De leerlingen van OBS Roombeek in Enschede staan deze vrijdagochtend klaar bij de ingang van Prismare. Vanaf de ingang vormen ze samen een lange erehaag. Het is wachten op één persoon: ‘juf Karin’. Karin Nakken (63) werkt al veertig jaar op de basisschool en dat jubileum laten de leerlingen, collega’s en directie niet ongemerkt voorbijgaan. Zodra ze binnenkomt, loopt ze door de erehaag, wordt ze toegezongen, ontvangt ze cadeaus en talloze knuffels.
“Ze wilde eigenlijk niet te veel poespas”, vertelt directeur Truus Pleiter. “Dat had ze vooraf nog tegen me gezegd. Maar zoiets kun je natuurlijk niet zomaar laten voorbijgaan.” Samen met de man van Nakken wordt een complot gesmeed. De leerkracht wordt ’s ochtends eerst naar de autogarage gestuurd, zodat ze later op school verschijnt. Bij binnenkomst wacht haar de verrassing: alle leerlingen hebben zich opgesteld voor een feestelijk onthaal.
“Ik kreeg helemaal kippenvel”, zegt Nakken. “Het was heel overweldigend en ontzettend mooi. Ik werd er emotioneel van.” Ze had niets doorgehad. Na de erehaag houdt Pleiter een korte toespraak en zingen de leerlingen een speciaal ingestudeerd lied voor hun juf – en dat klinkt nog verrassend goed ook.
Op het nummer ‘Ik Ga Zwemmen’ van Mart Hoogkamer is een nieuwe tekst gemaakt. “Juffrouw Karin is niet te stoppen, ze blijft maar doorgaan, een echte topper”, zingen de kinderen enthousiast, begeleid door een collega van Nakken op gitaar. Na twee keer zingen, is het toch echt tijd om te beginnen aan hun schooldag, maar niet voordat iedere leerling ‘juf Karin’ nog een dikke knuffel heeft gegeven.
“Het voelt helemaal niet als veertig jaar”, meent Nakken. “Ik vind het hier nog steeds geweldig. Iedere dag is anders, ik heb genoeg uitdaging en het is nooit saai. De jaren zijn voorbijgevlogen.” Hoe ze het veertig jaar bij dezelfde werkplek heeft volgehouden? Dat heeft ze naar eigen zeggen vooral te danken aan haar leuke collega’s en de leerlingen op de school. “We zijn een hecht team.”
In januari 1986 krijgt Nakken een vaste baan aangeboden bij de school. Het half jaar daarvoor werkt ze er al als invaller. “Toen ik begon in het onderwijs, waren er nauwelijks banen. Ik heb geluk gehad dat ik hier terecht ben gekomen.” Sindsdien is ze nooit meer weggegaan.
In vier decennia maakt Nakken veel mee. Hoogtepunten zijn er volop. “We hebben vijftien jaar lang zogenoemde moedertaalklassen gehad, met de helft van de lessen in het Turks en de helft in het Nederlands. Dat werkte super goed en leverde zelfs landelijke bekendheid op. In 2011 wonnen we bovendien de landelijke Mommersprijs voor onze leesresultaten.”
Ook de schoolbezoeken aan Turkije en Zweden, buitenlandse scholen die OBS Roombeek bezochten en de presentaties die Nakken samen met Pleiter gaf op conferenties door het hele land, noemt ze bijzondere momenten. “Ik kan eigenlijk alleen maar positief praten over mijn tijd hier”, zegt ze. “Ik kan eigenlijk alleen maar positief praten over mijn tijd hier”, zegt Nakken. “Het is een school waar niet alleen de kinderen, maar ook de ouders en medewerkers zich thuis voelen. Ik ben trots op wat we hebben bereikt en waar we nu staan.”
“Ik ben blij dat ik dit werk nog steeds kan doen”, meent Nakken. “Dat is niet altijd vanzelfsprekend geweest.” Ze doelt op het ongeluk dat ze in 2014 kreeg. Na een aanrijding hield ze een whiplash over. “Daarna kon ik niet meer fulltime werken, terwijl ik dat altijd had gedaan. Dat vond ik ontzettend jammer.” Tijdens haar herstelperiode kon ze niet werken, maar ze kwam bijna dagelijks even langs op de school. “Dat is heel goed voor me geweest, denk ik.”
Lees verder onder de afbeelding.
Twaalf jaar na het ongeluk heeft ze nog altijd fysieke en mentale klachten. Waar ze vroeger fulltime werkte – het liefst in de middenbouw – staat ze nu één dag per week voor groep vijf. Daarnaast werkt ze twee ochtenden per week bij de instroom. “Daar geven we bijles aan leerlingen die dat nodig hebben, maar ook aan vluchtelingenkinderen, bijvoorbeeld uit Oekraïne of Syrië.”
Met pensioen gaan is voorlopig nog niet aan de orde voor de 63-jarige Enschedese. “Toen ik zestig werd, dacht ik: dit is een mooie leeftijd om te stoppen. Maar in de vakanties was ik nog zo veel met school bezig. Ik vond het veel te leuk om al los te laten. En ik ben blij dat ik ben gebleven. Zolang mijn gezondheid het toelaat en ik mijn werk nog goed kan doen, blijf ik doorgaan tot mijn pensioen.”
Daar is Pleiter maar wat blij mee. “Karin zei altijd: ‘Truus, als je er met de formatie voor het nieuwe schooljaar niet uitkomt, dan stop ik ermee’”, vertelt de directeur lachend. “Dus ik doe extra mijn best om dat goed te regelen, want ik wil niet dat ze vertrekt.”