Enschede

Duitsers aanstaande zaterdag minder welkom in Enschede

In de raadsvergadering van maandagavond heerst er onder een aantal raadsleden onbegrip voor het door laten gaan van de zaterdagmarkt op 3 oktober. De “Tag der Deutschen Einheit” zorgt in Enschede elk jaar voor grote drukte. "Maar we laten de markt doorgaan", aldus burgemeester Onno van Veldhuizen.

Drukte binnenstad Annina Romita
Drukte in de Enschedese binnenstad in mei. © Annina Romita

In coronatijd is drukte niet wat de gemeente wil. Met name Erwin Versteeg (Groep Versteeg) en Gertjan Tillema (D66) vragen zich af of de gemeente erover na heeft gedacht. Waar de Groep Versteeg-voorzitter zich met name zorgen maakt over de zaterdagmarkt, heeft D66’er Tillema het over de toestroom in het algemeen. “Wordt Enschede dan een nieuwe hotspot?”, vraagt hij zich af.

Markt gaat door

Voorzitter en burgemeester Onno van Veldhuizen, tevens voorzitter van de Veiligheidsregio Twente, kan de zorgen begrijpen, maar maakt vooral duidelijk dat de markt iets van Enschede is: “Ook tijdens het hoogtepunt van de crisis eerder dit jaar is de markt doorgegaan. Toen hebben we goede plannen ontwikkeld en dat gaan we nu ook doen.”

Onno_Van_veldhuizen_coen_krukkert
Onno van Veldhuizen in gesprek met 1Twente © Coen Krukkert

Transparantie en vertrouwen

Van Veldhuizen refereert naar de lijn van het kabinet: transparantie en vertrouwen. “We proberen het zo corona-proof mogelijk te maken, maar niet iedereen gaat zich corona-proof gedragen. Het blijft een dilemma. Dus we moeten vertrouwen hebben in de bezoekers”, aldus Van Veldhuizen.

Ontmoedigen

Om drukte te vermijden, probeert de gemeente onder andere te “ontmoedigen”. Duitsers zijn aanstaande zaterdag dus minder welkom en aan de andere kant van de grens worden mensen gevraagd om niet te komen. “We proberen steeds vaker sterkere signalen te zenden. Dat heeft te maken met de steeds kortere remweg die we hebben. Zijn er eenmaal veel mensen in de binnenstad, kunnen we ze niet weer aan het jasje uit de stad trekken”, licht Van Veldhuizen toe. “Volgende week weten we meer… of het goed of slecht was.”