Hij staat al bij het station Olst te wachten. De kersverse winnaar van de Boy Edgar Prijs haalt zijn interviewer van de trein om hem straks thuis een lunch aan te bieden van eigen receptuur: jazz eggs. Waar het Willy Dobbeplantsoen is, weet hij niet, maar die toren waar we bijna tegenaan lopen, kent hij wel.
Vroeger stond er een fabriek omheen, daar werd Olba rookworst gemaakt. Zijn moeder zweerde erbij. Als het gezin Van t Hof aan de Wooldriksweg te Enschede stamppot at, zat daar steevast een rookworst van Olba bij. En nou woont hij er vlakbij.
Nooit gedacht
In de tijd dat je beroep nog in je paspoort vermeld moest, wilde hij daar altijd Jazzpianist hebben staan. Nooit gelukt. Zoals hij dacht dat het hem ook nooit zou lukken de belangrijkste jazzprijs van ons land te krijgen. Drummer Pierre Courbois in wiens band Association P.C. Jaspers professionele carrière goedbeschouwd begon, ontving de prijs tien jaar geleden. Jasper zei toen dat hij hem ook nog wel een keer zou krijgen: postuum.
Eindelijke die prijs
Maar een dikke maand geleden werd hij erover gebeld. Hij reed over de Duitse autoweg richting Frankfurt, waar hij een concert zou geven met saxofonist Heinz Sauer. De Boy Edgar Prijs, hij dacht dat zijn telefoon kapot was. Vroeg of hij terug mocht bellen. Een half uurtje daarna werd het telefoongesprek hervat. Het werd bevestigd.
Na een Edison, een Bird Award van North Sea, een Zilveren Duif van de Deense radio en een tegeltje van Loosdrecht heeft hij nu ook de belangrijkste prijs op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek: een geldbedrag van 12.500 euro, een plastiek van Jan Wolkers en een tournee door ons land die hij het liefst laat beginnen in jazzpodium De Tor in zijn geboorteplaats Enschede. Daar vierde hij vorig jaar nog zijn zeventigste verjaardag alsmede het feit dat hij 50 jaar jazzpianist was.
Maar hij heeft nog geen contact kunnen opnemen. Er zit nog een embargo op de bekendmaking.
Voorhoede van de jazz
Hij heeft nooit ergens bij gehoord, zegt hij. Wel heeft hij altijd in de voorhoede gespeeld van de Europese jazz. In eigen land spelen, gebeurde de afgelopen vijftig jaar niet zo heel vaak. Het niveau van de Nederlandse jazz is momenteel erg hoog, zegt hij, maar er zijn veel te weinig speelplekken. Het verbaast hem dat een jazzmusicus in ons land bij lange na de status niet heeft van een klassiek muzikant.
Hij vraagt zich af waarom er überhaupt in deze tijd nog Mozart of Chopin moet worden gespeeld. Wat wil een pianist daarmee zeggen? Hij vergelijkt het met door de straten rijden in een T-Fordje. Het kan wel, maar de wereld is inmiddels een stuk verder.
Jazz is actueel. Daar komt het publiek niet om een dode componist te horen, maar om een levende te zien werken. Dat zou veel meer op waarde moeten worden geschat. Jasper vindt dat elke stad, elk dorp, recht heeft op een door het rijk of gemeente gesubsidieerd podium. En niet zoals het nu gaat, dat licht, geluid en personeel uiteindelijk door de uitvoerende kunstenaars terugverdiend moeten worden.
Keerzijdes inhalen
Zijn vader was jazztrompettist, zijn moeder klassiek zangeres. Maar zijn vader had er wel een baan in de textiel naast. Jasper heeft altijd geleefd van de jazz. Maar de keerzijde was dat hij door zijn turbulente speeldrift zijn twee kinderen nauwelijks heeft zien opgroeien. Dat kan nu een beetje worden ingehaald met de kleinkinderen.
Ik ben laatst met mijn kleindochter naar de Waarbeek in Hengelo geweest, omdat dit het dichtstbijzijnde pretpark voor kinderen van 4 jaar bleek. Daar heb ik zelf als 5-jarige voorgespeeld voor mijn eerste pianoleraar, Harry Bannink. Ik heb nog even gekeken, die zaal lag er nog net zo bij.
© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede. Foto: Annina Romita