75 jaar nadat de eerste Molukkers naar Nederland kwamen, is hun geschiedenis nog altijd niet bij iedereen bekend. Veel mensen weten weinig over waarom de eerste generatie naar Nederland kwam en wat daaraan voorafging. En ook op school kreeg deze geschiedenis lange tijd weinig aandacht. “Het eerste waar de mensen aan denken is de treinkaping. Alleen dat blijft ze bij”, zegt Paul Salakory, tweede generatie Molukker.
Samen met historicus en oud-geschiedenisleraar Ruud Brilleman bespreekt hij tijdens Almeloos Peil de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. Een verhaal dat volgens beide mannen niet los kan worden gezien van het Nederlandse koloniale verleden, de onafhankelijkheid van Indonesië en de gevolgen daarvan voor duizenden Molukkers.
Om te begrijpen waarom de eerste Molukkers naar Nederland kwamen, moet worden teruggekeken naar de periode waarin Nederland de macht had over Nederlands-Indië. Veel Molukse mannen dienden in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). “Voor de oorlog was alles goed”, vertelt Brilleman, “Bij de KNIL kon je carrière maken. Dan kreeg je later pensioen en kon je een stukje grond kopen op het eiland.” Maar toen Indonesië onafhankelijk werd, veranderde de situatie.
Na de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië in 1945 volgde een strijd die in 1949 eindigde met een overdracht van de soevereiniteit. Het KNIL werd in 1950 opgeven. Voor de Molukse militairen ontstond daarmee een onzekere toekomst. Een deel van hen wilde niet opgaan in het Indonesische leger en hoopte op een onafhankelijke Molukse staat.
Volgens Brilleman speelde de internationale politiek daarbij een belangrijke rol. “De Nederlandse koloniale overheersing kwam ten einde, terwijl er internationaal druk was om de dekolonisatie af te ronden en verdere onrust te voorkomen. “De Molukkers die vrijheid wilden, konden ze niet gebruiken en daar is dus niet naar geluisterd”, zegt Brilleman.
In 1951 werden ongeveer 12.500 Molukkers, onder wie duizenden voormalige KNIL-militairen en hun gezinnen, naar Nederland overgebracht. Voor een half jaar hooguit, dachten ze.
De komst naar Nederland betekende voor veel Molukkers een ingrijpende breuk met hun leven op de eilanden. Ze kwamen terecht in een onbekend land, spraken niet dezelfde taal en gingen ervan uit dat ze op korte termijn terug zouden keren. “Bovendien werden de militairen na aankomst ontslagen uit het Nederlandse leger”, aldus Salakory.
Ook wijst Salakory op de gevolgen voor de eerste generatie. “Veel mensen spraken nauwelijks over wat ze hadden meegemaakt. De teleurstelling, het verlies van hun vertrouwde omgeving en de onzekerheid over de toekomst bleven daardoor vaak binnen de familie.” En die stilte heeft volgens Salakory ook invloed gehad op latere generaties. “Want wat niet wordt verteld, is moeilijk door te geven.”
De Molukse geschiedenis bestaat volgens Salakory niet alleen uit het vertrek naar Nederland en de politieke strijd die daaraan voorafging. Ook de Nederlandse verbondenheid speelt een belangrijke rol. “De Molukken bestaan uit veel eilanden, met ieder hun eigen gebruiken en tradities.”
Een belangrijk begrip binnen de gemeenschap is het ‘pelaschap’. “Dat is een traditionele band tussen bepaalde dorpen, waarbij je in voor- en tegenspoed er voor elkaar bent”, legt Salakory uit.
Ook het geloof heeft een belangrijke plek binnen de Molukse gemeenschap. Volgens Salakory werd het christelijke geloof destijds mede ingezet om de bevolking te beïnvloeden en te sturen, naast de invloed van het leger en het koloniale bestuur. “Dit draagt ook bij aan de identiteitscrisis waarmee de Molukkers te maken kregen.”
Dat er over de Molukse geschiedenis nog altijd weinig bekend is, blijkt volgens Salakory ook uit de manier waarop mensen op de gemeenschap reageren. “Het eerste waar de mensen aan denken is de treinkaping. Alleen dat blijft ze bij. De voorgeschiedenis is vaak onbekend.” De beperkte aandacht voor de Molukse geschiedenis in het Nederlandse onderwijs helpt volgens hem ook niet mee.
“Wij kunnen ons niet voorstellen dat mensen hiernaartoe worden gehaald, deels analfabeet, met valse beloften, die moeten zwemmen in een onbekende samenleving”, vult Brilleman aan. “Daarnaast moeten we hun emotie altijd respecteren. Maar als het om de feiten gaat, kan er in het algemeen wel aan gewerkt worden."