Het was een drukke zomer voor Adriaan ter Huurne van Brandweer Twente. Op verschillende plekken in Nederland en België was hij als Nederlands vakspecialist betrokken bij het bestrijden van natuurbranden. In Twente zijn we dit jaar nog goed weggekomen, vertelt hij, maar de Ootmarsumer voorspelt dat we in de toekomst ook hier te maken zullen krijgen met Zuid-Europese toestanden.
Ontruimingen van campings, het afsluiten van de A1 of spoorlijnen of de uitval van stroom als gevolg van hoogspanningsmasten die door brand zijn getroffen: het behoort volgens Ter Huurne allemaal tot de mogelijkheden: "Gelukkig kunnen we 95 procent van alle beginnende branden nog klein houden, maar steeds vaker loopt een brand ons weg. Dan wordt die onbeheersbaar. Daarbij worden branden steeds groter, duren ze langer en komen ze vaker gelijktijdig voor."
We ontkomen er om die reden niet aan dat we meer en meer nationaal en internationaal gaan samenwerken, vertelt hij: "Voor het eerst sinds 1953 (destijds vanwege de Watersnoodramp, red.) hebben we begin augustus om internationale bijstand gevraagd toen het bij een brand in een natuurgebied bij Venray uit de hand liep."
Zelf hielpen brandweerlieden uit Nederland bij de bestrijding van branden in Frankrijk en Spanje en vorige maand nog bij de grote veenbrand in het oosten van België. Daar werd de zogenoemde 'Handcrew Overijssel' drie dagen ingezet. Ter Huurne geeft leiding aan dat gezelschap: "Dat is een groep van twintig mensen die te voet het terrein ingaan om brandstof te verwijderen, zodat er een zogenoemde 'stoplijn' ontstaat. Denk aan bladeren, dode takken en heide. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar soms branden ze gecontroleerd een stuk weg om een grotere brand te voorkomen of af te stoppen."
Waar de brandweer graag 'brandstof' verwijdert, springen natuurbeheerders juist op de bres voor 'biodiversiteit'. Ter Huurne: "Dan zie je duidelijk botsende belangen. Dood hout zorgt voor bodemleven en dat trekt weer insecten aan, die op hun beurt vogels trekken. Kortom, als we te veel dood hout weghalen, gaat dat ten koste van de natuur. We gaan die gesprekken niet uit de weg, maar het zorgt wel voor een lastige spagaat."
"Uiteindelijk willen we natuurlijk in elk geval zorgen dat wegen en weggetjes in de natuurgebieden begaanbaar blijven. Zowel voor de brandweer, die het terrein in moet kunnen, als voor mensen die geëvacueerd moeten worden."
En dan is het niet zo dat elke vakantieganger rustig z'n caravan achter de auto kan knopen, verduidelijkt de brandweerman: "Om opstoppingen te voorkomen en de brandweer goed z'n werk te kunnen laten doen, is dat geen optie. De caravan blijft staan. Het is dan een kwestie van zo snel mogelijk wegwezen. Het zal je niet verbazen dat bij grote branden in het buitenland de meeste slachtoffers vallen bij ontruimingen."
Volgens Ter Huurne is de vraag niet óf er op termijn onbeheersbare branden ontstaan in Twente, maar wanneer dat gebeurt: "We houden serieus rekening met alle mogelijke scenario's. Bij een brand op de Borkeld bij Rijssen moeten we misschien de A1 wel afsluiten en moeten campings ontruimd worden."
Om dit te voorkomen en om mensen te wijzen op wat ze moeten doen als het toch misgaat, komt Brandweer Twente begin volgend jaar met een campagne. De meeste winst valt volgens Ter Huurne te halen met goede publieksvoorlichting.
Brandweer Twente heeft in kaart gebracht wat de risicogebieden zijn. Het zal geen verbazing wekken dat het met name gaat om de Sallandse Heuvelrug, De Borkeld en de veengebieden langs de Duitse grens. Een veenbrand is extra verraderlijk, omdat zo'n brand lang na kan smeulen en opnieuw kan oplaaien. Zo is de brand in de Hooge Venen in België bovengronds allang geblust, maar ondergronds blijft het nog maanden smeulen en af en toe steekt de brand zelfs de kop weer op, weet Ter Huurne.