Voormalig KNIL-militair Johannes Nieuwenhuis uit Almelo heeft postuum meerdere militaire onderscheidingen gekregen. Nieuwenhuis vocht in de Tweede Wereldoorlog tegen de Japanners en diende tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Merrill Bomas onderzocht het verleden van zijn opa.
Voor Bomas is dit is een heel bijzonder moment, vertelt hij. Lange tijd heeft de inwoner van IJsselmuiden zich verdiept in de stamboom van zijn familie. “Ik ben begonnen met die van mijn oma en toen kwam ik automatisch bij mijn opa terecht. En daar wisten we eigenlijk gewoon heel weinig van. Dat maakte me nieuwsgierig en toen ben ik erin gedoken.”
Bomas kwam erachter dat zijn opa diende in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Dinsdagmiddag kreeg Johannes Nieuwenhuis de militaire erkenning die hij volgens Bomas verdiende.
De dochter en kleinzoon van Johannes Bernardus Nieuwenhuis namen op landgoed Bronbeek in Arnhem drie onderscheidingen in ontvangst. De versierselen waren postuum toegekend door het Ministerie van Defensie en werden overhandigd door kolonel Gerard van Kuijck, de commandant van Bronbeek. “Als blijk van respect en waardering worden toegekend het Mobilisatie-Oorlogskruis, het ereteken voor Orde en Vrede en de Trouwe dienst medaille in brons.”
Nieuwenhuis' dochter Margot Nieuwenhuis (75) was zichtbaar aangedaan door de plechtigheid. “Ik ben echt trots dat hij dit gedaan heeft voor zijn opa. Ik word er heel emotioneel van om zo de foto van mijn vader hier te zien.” Ze werd getroost door commandant Van Kuijck. “U mag er trots op zijn, als eerbetoon.”
Bomas vertelt dat zijn opa als zeventienjarige jongen in dienst kwam bij het KNIL. Hij was de zoon van een Nederlandse vader en een inheemse moeder. In verschillende functies en bij verschillende legereenheden maakte ‘opa Johan’ soms ook verschrikkelijke dingen mee. Zowel tijdens de oorlog met Japan, als later tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië.
De Japanners mishandelden hem, waardoor hij zijn leven lang een misvormde hand had. Bomas: “Hij vertelde heel af en toe dat hij met manschappen op patrouille ging en dat ze in een vuurgevecht kwamen. Een keer werden in een vuurgevecht handgranaten over en weer gegooid.”
Volgens Bomas kreeg zijn opa daarbij granaatscherven in zijn enkel. “Dus bij zijn enkel was er een stukje bot weg. Dat was een groot litteken waar je als kind natuurlijk vragen over had.”
De ceremonie doet volgens Bomas niet alleen recht aan de ontberingen die zijn opa moest doorstaan, maar aan zijn hele diensttijd. Zelfs tijdens een groot verlof stond Nieuwenhuis constant klaar om weer te dienen in het KNIL.
De erkenning en bijbehorende onderscheidingen zijn volgens hem meer dan verdiend, ook al is het postuum. Johannes Nieuwenhuis overleed in 1995. “Als kleinzoon ben ik trots dat hij de medailles alsnog krijgt. Het is een erkenning en eerbetoon aan mijn opa. Dat hij zich als militair voor het KNIL heeft ingezet.”
Met de onderscheidingen is een belangrijk hoofdstuk uit het leven van zijn opa zo afgesloten. “Hij was moedig en had doorzettingsvermogen. Want anders overleef je een strijd gewoon niet in zo'n periode.”