Het klassement is allang in een plooi gevallen, maar voor de liefhebbers valt er de komende dagen nog heel wat te genieten. Want juist die derde week staat bol van de wielergeschiedenis. De Twentse wielerjournalist Roy Schriemer dook voor z'n nieuwste boek in de roemrijke historie van de Tour de France.
Elke Tour schrijft weer z’n eigen geschiedenis. Dat geldt ook voor deze editie, waarin zondag tweevoudig eindwinnaar Jonas Vingegaard letterlijk wegviel doordat hij uitgleed. Vervolgens werd hij met een gebroken sleutelbeen afgevoerd.
Wielerjournalist Roy Schriemer uit Almelo heeft zijn eigen website, Cyclingonline.nl, en werkt als freelancer voor onder meer RTV Oost en dagblad De Telegraaf. Eerder schreef de tot voor kort in Hengelo woonachtige Schriemer bestsellers over Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar, die, als alles meezit, volgende week een vijfde Tourzege binnenhaalt. Daarmee schaart hij zich in een illuster rijtje renners die de Tour vijf keer hebben gewonnen.
Het is juist die geschiedenis die de Tour volgens Schriemer zo boeiend maakt. Hij bundelde een aantal van de meest interessante wetenswaardigheden over 's werelds grootste wielerevenement.
"Nadat in 1903 de eerste Tour werd gereden, moesten het jaar erop de eerste vier renners uit het klassement worden geschrapt, omdat bleek dat ze hadden gefraudeerd door de trein te nemen. De Tour is wat dat betreft net de normale wereld: als er wat te flessen valt, proberen mensen dat ook."
"Wat te denken van doping? Tot in de jaren zestig kende de Tour geen dopingcontroles. Pas na de dood van de Engelsman Tommy Simpson kwam de organisatie tot de conclusie dat het toch wel nodig was om regels op te stellen."
Dat voorkwam niet dat er volop werd geëxperimenteerd en geprutst. "Onder meer met amfetaminen, maar ook met cognac. Dat drankje verdooft kennelijk goed en is best wel doeltreffend om de pijn te onderdrukken als je een berg op moet fietsen."
Het is algemeen bekend dat de gele trui geel is, omdat de organiserende krant L’Auto in die dagen op geel papier werd gedrukt. "Maar wat niet veel mensen weten: nadat in 1919 het idee voor die trui was ontstaan, duurde het tot halverwege de Tour van dat jaar voordat de gele trui voor het eerst werd uitgereikt."
De gele trui is altijd blijven bestaan en is in wielerkringen het meest begeerde stukje textiel. Er zijn ook truien die minder lang hebben bestaan. "Waaronder de rode trui voor de leider in de tussensprints en de combinatietrui, de lapjestrui, voor de beste renner in drie klassementen."
Ook de beruchte bezemwagen komt in het boek aan bod. "Die werd aanvankelijk helemaal niet in het leven geroepen om renners mee te nemen als ze op te grote achterstand kwamen. De wagen was bedoeld als controle om valsspelers te betrappen, die eerst helemaal achteraan fietsten en toen opeens vooraan reden. Doordat ze de trein hadden gepakt of een stuk hadden afgesneden."
Sommige renners haalden juist hun publiciteit uit het feit dat ze de slechtst geklasseerde waren: "Er was een periode waarin de organisatie iedere dag de hekkensluiter uit de wedstrijd haalde, omdat men zich stoorde aan de strijd om de niet-bestaande, maar symbolische rode lantaarn."
Er deden de afgelopen decennia vele Tukkers mee aan de Tour. De bekendste namen zijn Tom Veeler, Rob Harmeling, Erwin Nijboer en Gerard Veldscholten. De grootste van allemaal is natuurlijk Hennie Kuiper. De renner uit Noord-Deurningen won drie etappes en eindigde twee keer als tweede in het eindklassement. Dit jaar houdt Rick Pluimers de Twentse eer hoog.
Schriemer grossiert in dit soort anekdotes: "Wist je dat er een speciaal team is dat onzedelijke en kwetsende tekeningen en teksten van de weg haalt voordat de renners er voorbijtrekken?"
'ABC van de Tour de France' (ISBN: 9789493432611) is uitgegeven door Edicola Sport en telt 208 pagina's.