Het klooster in Glane is tot de laatste bank gevuld deze zondagmorgen. Honderden, zo niet duizenden, luisteren naar verhalen over de man die hun gemeenschap een thuis gaf op dit continent: Mor Julius Yeshu’ Çiçek, de eerste Syrisch-orthodoxe aartsbisschop van Europa. Twintig jaar na zijn dood wordt zijn leven niet alleen herdacht, maar ook opnieuw verteld in een boek van Stire Kaya-Cirik uit Hengelo.
“Het was overweldigend", zegt Kaya-Cirik na afloop. “De kerk zat helemaal vol. Iedereen was enthousiast en betrokken. De sfeer was warm. Het was echt een waardige herdenking."
Bij de herdenking in het Mor Ephrem-klooster in Glane zijn vooral Syrisch-orthodoxe gelovigen uit Twente aanwezig, aangevuld met bezoekers uit het buitenland en enkele genodigden van buiten de gemeenschap. Onder hen waren burgemeester Jeroen Diepemaat van Losser, zijn voorganger en Pieter Omtzigt. Aan het slot van de plechtigheid presenteerde Stire Kaya-Cirik haar boek.
Mor Julius Çiçek werd in 1942 geboren in het zuidoosten van Turkije, in een familie met een lange priestertraditie. Al jong koos hij voor het kloosterleven. In de jaren zeventig kwam hij naar Europa, waar veel Syrisch-orthodoxe christenen naartoe vluchtten.
Vanaf 1977 stond hij aan het hoofd van het Syrisch-orthodoxe aartsbisdom voor Midden-Europa. Zijn zetel kwam in Glane, waar hij het Mor Ephrem-klooster kocht en omvormde tot een religieus en cultureel centrum. Onder zijn leiding verrezen 51 kerken en drie kloosters verspreid over Europa.
Çiçek wordt gezien als de man die de Syrisch-orthodoxe gemeenschap in Europa een vaste plek gaf. Zijn lichaam rust in het mausoleum op het kloosterterrein in Glane, een eer die in Nederland verder alleen de koninklijke familie kent.
De Aramese Stire Kaya-Cirik (56) groeide zelf op binnen de Syrisch-orthodoxe gemeenschap. Haar ouders kwamen, net als Çiçek, uit het zuidoosten van Turkije. Ze kende hem persoonlijk en zag van dichtbij hoe hij de gemeenschap in Twente opbouwde. “Hij wist dat als er geen centrum kwam, we uit elkaar zouden vallen en zouden verdwijnen."
Met haar nieuwe boek De ontdekking van de Verborgen Parel wil ze dat verhaal bewaren en doorgeven. Het werk is deels een portret van Çiçek, deels een bredere blik op de geschiedenis en identiteit van de Syrisch-orthodoxe gemeenschap in Nederland en Europa.
Het boek verwijst naar De Verborgen Parel, de wetenschappelijke uitgave die Çiçek in 2001 zelf hielp samenstellen. “Mijn boek is een reflectie daarop. De weergave van de geschiedenis van haar volk en taal is gebaseerd op het wetenschappelijk werk", aldus de Hengelose. “Het boek gaat ook over hoe wij hier als gemeenschap terecht zijn gekomen, en tegelijkertijd over waar we vandaan komen.”
De boeken die zondag in Glane zijn verkocht, gingen grif van de hand. De opbrengst daarvan is bestemd voor vertalingen van het werk, zodat het ook buiten Nederland gelezen kan worden. “Er is nog nooit eerder een antropologisch boek van binnenuit, gebaseerd op eigen ervaring, geschreven over wie we zijn en waar we vandaan komen."
De schrijfster benadrukt het belang van het doorgeven van dat verhaal. “De uitdaging is om niet te verdwijnen. Als er geen land is waar je taal, cultuur en geloof vanzelf blijven bestaan, word je kwetsbaar. Dat is de situatie waarin wij nu leven.”