Pastoor Jurgen Jansen viert dit weekend zijn 25-jarig jubileum als priester. De pastoor voor de parochies in onder andere Hengelo, Delden, Borne en omgeving is gelukkig in Twente. Jansen blikt terug op kerksluitingen en kijkt vooruit met steeds meer jongeren ,die de kerk weten te vinden: "Ik ben geen pessimist: het verlangen bij mensen blijft, al is de groep wat kleiner."
Afgelopen dinsdag, op de dag af precies 25 jaar geleden sinds zijn priesterwijding, hield Jansen een mis in de Blasiuskerk in zijn woonplaats Delden. Komende zondag heeft hij een tweede jubileumviering in de Lambertus in Hengelo. “Ik vraag echtparen die lange tijd getrouwd zijn over hoe zij die jaren hebben beleefd. Ik krijg altijd als antwoord dat het supersnel is gegaan. Zo voelt het voor mij ook.”
“Het mooiste van priester zijn? Op de eerste plaats is dat mijn persoonlijke relatie tot God en mijn diepste vertrouwen in de persoon van Jezus en Maria. Dat is waarin ik geloof en dat de kerk en de gemeenschap als familie voor mij zijn.”
De ontmoetingen met mensen zijn volgens Jansen essentieel onderdeel van zijn werk: “Of het nou is om mensen te bezoeken die ernstig ziek zijn of om ergens de eucharistie te vieren. Die ontmoetingen, daar put ik geloof en vreugde uit.”
Jurgen Jansen groeide op in het Achterhoekse dorp Gendringen in een gezin met vader, moeder en broer. Op jonge leeftijd begon zijn interesse voor de kerk al: “Vanaf kinds af aan voelde ik mij thuis in de kerk. Rond mijn tiende levensjaar kwam het besef wel. We hadden in Gendringen een hele enthousiaste pastoor, maar op die leeftijd besef je nog niet goed wat het allemaal inhoudt en betekent.” Hij werd misdienaar en acoliet en werkte in verschillende werkgroepen.
Tot op een gegeven moment de roeping steeds helderder werd: “Ik was een jaar of zeventien, achttien. Het was sinterklaasavond en we waren aan het gourmetten met het gezin. Toen heb ik gezegd dat ik priester wilde worden en tot mijn verbazing zeiden mijn ouders: ‘Oh, ja dat hadden we wel gedacht’ en mijn broer viel ook niet flauw.”
Hij ging naar de priesteropleiding in Utrecht; een hele andere wereld voor een Achterhoekse jongen. “Ik heb vanaf dag één Utrecht als een zeer aangename stad ervaren. Daarvoor heb ik alleen in Gendringen en Ulft gewoond en in zo'n stad ben je anoniemer. Dat heeft ook wel wat. In Hengelo komen volgens de pastoor beide werelden samen: “De gemiddelde Hengeloër begroet je gewoon op straat. Het is hier bijna als in een dorp."
Na zijn priesterwijding deed hij zijn eerste mis als priester in de kerk van Gendringen: “Ik was natuurlijk ontzettend zenuwachtig. Maar op een gegeven moment richt je je op de gebeden en rituelen. Het wordt een tweede natuur, maar het wordt nooit routine. Het lijkt misschien iedere keer hetzelfde qua rituelen, maar elke dag inspireert het mij weer.”
Volgens hem zijn die vieringen echt een samenkomst van de gemeenschap: “Het is niet alleen Jurgen die daar staat, maar de gemeenschap. Iemand leest voor uit de lezingen of gaat voor in de voorbeden.” Als priester gaat Jansen voor tijdens de eucharistie: “Het is Jezus die je daar vertegenwoordigt en dat maakt je bescheiden. Het klinkt misschien een beetje filosofisch, maar zo voel ik dat wel.”
Tijdens corona ging Jansen aan de slag als pastoor bij de parochies in Hengelo en omgeving. Een moeilijke tijd, ook voor de katholieke gemeenschap. “De gemeenschap heeft eronder geleden: mensen die eenzaam waren of mensen die dierbaren hebben verloren. Zelf ben ik maar gewoon begonnen. In volledig beschermend pak in het ziekenhuis stervenden bezoeken. Gewoon doen waarvoor je geroepen bent. Het was een heel bijzonder begin. Inmiddels ben ik die tijd ook wel weer vergeten, hoor.”
Het bijstaan van stervende mensen is een belangrijke en heftige taak van een priester, vertelt hij. “Het is één van de meest kostbare momenten in iemands leven waar je dan bij bent. Op papier ben je pastor van 40.000 katholieken, maar die ken je natuurlijk niet allemaal. Echter wanneer je dan ergens binnenstapt, heerst er meteen een openheid. Iedereen weet waarom jij daar bent en wat er komen gaat. Het sacrament van de zieken is zo'n sterk ritueel en het geeft nagenoeg altijd een stukje vertrouwen en een stukje rust.”
Het sluiten van kerken is een realiteit die bij het werk van een pastoor hoort, ook in Hengelo en omstreken. De Onze Lieve Vrouwekerk en de Thaborkerk gaan per november volgend jaar dicht. Dan kent Hengelo nog maar twee katholieke godshuizen: de Lambertusbasiliek in het centrum en de Fransiscuskerk in de Berflo Es.
“Dat zijn altijd pijnlijke processen”, zegt Jansen. Een proces dat volgens hem altijd zorgvuldig moet worden gevoerd: “Vanaf mijn priesterwijding heb ik hiermee te maken gehad. Je moet open en eerlijk vragen stellen hoe en waar we over vijf jaar staan. En dan moet je keuzes maken.”
Zelf weet hij hoe het is toen de kerk in zijn geboortedorp Gendringen werd gesloten. “Ik ben daar gedoopt, heb er mijn eerste communie en vormsel gedaan en mijn eerste mis opgedragen. Ik heb daar mijn ouders begraven. Toen mijn goede vriend pastoor Hans Pauw zei: ‘Jurgen, we gaan de kerk in Gendringen sluiten’, schrok ik echt. Die kwam wel binnen.”
“Ik zei toen tegen hem, met een lichte glimlach: ‘Beste Hans, het is een belachelijke keuze die je gemaakt hebt, máár ik begrijp 'm wèl’”, zegt Jansen. “Het is een slotakkoord van iets wat al dertig jaar gaande is." Jansen vindt dat je het proces niet kunt uitstellen: “Het probleem speelt nu en ik kan het moeilijk overlaten aan diegene die na mij komt.”
Het idee dat het bisdom bepaalt welke kerken er dicht moeten klopt niet, volgens Jansen: “Het is niet zo dat de kardinaal mij belt en vertelt welke kerken er dicht moeten. Dat is een beslissing die het lokale parochiebestuur nemen. Die verantwoordelijkheid nemen wij echt zelf.”
Of Jansen ooit twijfels heeft als priester? “Ik twijfel iedere dag, maar dan wel in de zin van of ik trouw ben aan de roeping of houd ik mijn geestelijk leven wel op niveau? Heb ik mensen écht verstaan of kunnen geven waar zij om vroegen? Het is altijd zoeken, maar dat past ook bij mijn karakter. Ik ben als priester gewijd, maar ik ben ook gewoon Jurgen Jansen gebleven en ik ben hier gelukkig en dat is het mooiste wat er is.”
Lees verder onder de afbeelding.
Ondanks dat het aantal kerkbezoeken de laatste decennia flink is afgenomen, is er een juist een stijging te zien in het aantal jongeren dat naar de kerk gaat. Vooral in de steden, ook in Hengelo en Enschede. “Een hoopvol signaal. In Amsterdam bijvoorbeeld werden tijdens Pasen zestig jonge mensen gedoopt. Als ik jonge mensen dan vraag wat ze zoeken in de kerk, dan hoor je verschillende dingen. Ze hebben alles, maar toch mist er iets. Of ze zien juist de rust die het geloof geeft bij hun opa's of oma's en ze zijn op zoek naar een bestemming.”
De liturgie van de mis is dan ook iets wat volgens de pastoor jonge mensen ook aantrekt: “Alle zintuigen doen mee: de wierook, de rituelen van het wijwater, de kaarsen. Het is een heilig theater, waar alles een reden en betekenis heeft. Het is prachtig.” Dat het aantal jonge bezoekers stijgt, betekent niet dat het weer wordt als vroeger, beseft Jansen: “De kerken die overblijven zullen kleiner, maar vitaler zijn.”
Zelf noemt Jansen zich een ‘paplepelkatholiek’, iemand die vanuit zijn opvoeding het geloof heeft meegekregen. “Mijn ouders haalden vertrouwen en kracht uit hun geloof, maar thuis werd er nooit nagepraat over de preek, ook werd er bijvoorbeeld geen extra rozenkransgebed gebeden. Het was onderdeel van je cultuur.” Volgens Jansen is dit nu een stuk minder geworden in dorpen zoals Gendringen. “Maar ik ben geen pessimist, want er blijft een verlangen bij sommige mensen. Alleen is die groep veel kleiner. Ieder kind dat wij mogen dopen is prachtig.”
Als hij niet toevallig een doopviering heeft, is Jurgen Jansen op de maandagmiddag vrij: “Dan vind ik het heerlijk om een middagje alleen te zijn, een boek te lezen of even een uurtje te pitten. In de zomer heerlijk buiten zitten of met een vriend of vriendin een mooie wandeling maken. Niet in mijn zwarte pak, want dat is echt als een uniform. Dan loop ik ook gewoon in een zomerbroek of met een trui.”
Over de verruwing van de samenleving maakt Jansen zich zorgen over: “Echt contact hebben, ook met diegene met wie je het hardgrondig oneens bent, wordt steeds moeilijker. Het is heel makkelijk om te zeggen: ‘Ja, zij deugen niet’. Die hardheid en die communicatie vind ik vreselijk.”
Jurgen Jansen houdt mensen liever een spiegel voor: “Het is heel makkelijk om groepen te diskwalificeren. Laat iedereen gewoon in zijn of haar eigen waarde. 'Jij bent oké en ik ben ook oké' klinkt misschien simplistisch, maar zo is het wel.”