Op hun eigen strip op Vliegveld Twenthe vierde de Twentsche Zweefvliegclub (TZC) zaterdag het 90-jarig bestaan. Speciaal voor deze dag werd gevlogen met een historische Slingsby T21 Sedbergh, een open tweezits-vliegtuig zonder dak. “Zodat mensen kunnen voelen hoe dat was.”
De club werd negentig jaar geleden opgericht door een klein groepje pioniers dat het luchtruim koos in een tijd dat er in Nederland nauwelijks gevlogen werd. De eerste toestellen waren eenvoudige constructies van hout en linnen. “Tegenwoordig zijn de vliegtuigen van kunststof en ze hebben ook veel betere prestaties”, zegt TZC-voorzitter Doortje Grunder. “Dat is wel het voornaamste wat veranderd is.”
De vereniging groeide en bleef al die decennia bestaan. Sinds een aantal jaren op een nieuwe plek op Vliegveld Twenthe, met de startbaan letterlijk voor de deur. “Bijzonder dat we hier nog steeds aan het zweefvliegen zijn.”
Lees verder onder de afbeelding.
Grunder kwam zelf al op haar zevende in aanraking met het zweefvliegen. “Toen begon mijn vader. Ik vond het zo leuk dat ik zelf ook ben gaan vliegen.” Ze is fanatiek. “Ik doe wedstrijdvliegen. Ik heb mijn man leren kennen bij het zweefvliegen en onze kinderen doen aan zweefvliegen.” Het is volgens haar gebruikelijk binnen de sport. “Je ziet hier vaak dat de hele familie meedoet. En iedereen kent elkaar ook binnen zweefvliegen in Nederland. Het is echt een community, een levenswijze.”
Speciaal voor deze gelegenheid werd met een Slingsby T21 Sedbergh gevlogen, een open tweezitter waarvan het eerste prototype in 1944 de lucht in ging. In dit toestel zitten de piloten naast elkaar, zonder dak.
Grunder wijst naar de rand van de cockpit: “Het mooiste is dat er geen kap op zit. Dus je zit echt in de buitenlucht. Je kijkt gewoon over de rand naar beneden. Dan voel je pas echt hoe hoog je zit.”
Wie vandaag een vlucht meemaakte, begon met een lierstart. Daarbij trekt een kabel, aangedreven door een motor, het vliegtuig naar honderden meters hoogte. Zodra de kabel loskomt, daalt die aan een eigen parachute terug naar de grond. Dan begint de stilte. “Als je eenmaal de kabel hebt ontkoppeld en je vliegt in alle rust boven het landschap, dan kun je heerlijk focussen op het vliegen.”
Lees verder onder de afbeelding.
Zweefvliegen is volledig afhankelijk van de natuur. Warmtestromen brengen een toestel omhoog en maken lange vluchten mogelijk, soms wel honderden kilometers ver. Een piloot vat het gevoel samen: “Je vliegt gewoon op de opstijgende lucht. En je voelt je zo vrij als een vogel.”
De Twentsche Zweefvliegclub bestaat vandaag uit een mix van leeftijden. “We hebben wat ouderen leden van rond de tachtig. En we hebben jongens van veertien die het vliegen willen leren.”
De komende jaren wil de club verder groeien. Nieuwe leden zijn welkom om de vereniging gezond te houden. Tegelijk speelt er een onzekere factor mee: de toekomst van Vliegveld Twenthe. Voorlopig overheerst zaterdag vooral de feeststemming. In de avond volgt in het clubhuis een feest waar ook oudgedienden aanschuiven.