Cultuur- en Ontspannings Centrum, kortweg COC. Welbeschouwd een nietszeggende naam, al werd het een begrip. Dat is geen toeval: de naam ontstond in een tijd waarin homoseksualiteit taboe was. Dat COC was een schuilnaam, alleen insiders wisten waar het om ging. De Twents-Achterhoekse afdeling bestaat een kwart eeuw. Feest, maar er is ook reden voor herbezinning.
Dat COC, opgericht in 1946 te Amsterdam, was niet eens de eerste club in het land die zich bezighield met emancipatie van en steun aan homoseksuelen. Bij lange na niet, zelfs. Haar voorganger werd opgericht in 1912 en had een naam die een zo mogelijk nog groter rookgordijn opwierp: het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee. Dat N.W.H.K. verdween met de Duitse bezetting in 1940. Na de oorlog werd de emancipatiefakkel weer ontstoken.
Dat Nederland - en dan met name Amsterdam - lange tijd mondiaal voorloper is geweest als het gaat om homo-emancipatie is genoegzaam bekend. Het homo-monument aan de voet van de Westerkerk is niet uit de lucht komen vallen. De jaarlijkse Canal-Pride getuigt er van. En we waren het eerste land ter wereld waar homo’s en lesbiënnes voor de wet konden trouwen. Al is dat eigenlijk nog maar kortgeleden (2001).
Maar die koppositie heeft ons land niet meer. Sterker: als het om de rechten voor LHBTI+’ers gaat, komt Nederland in de Europese top vijf niet meer voor. Het staat 13e. Werk aan de winkel voor de jubilerende afdeling in Twente en de Achterhoek, dus.
Thymen Bergman, voorzitter van COC Twente-Achterhoek, schetst twee kanten van eenzelfde medaille. “Er zijn grote stappen gezet. Het aantal bezoekers van ontmoetingsgroepen neemt toe, het is makkelijker geworden om te praten over identiteit en gender.” Ook in Twente en de Achterhoek, waar de emancipatie van anders-geaarden toch een stuk later op gang kwam dan in de Randstad.
Bergman werd twee jaar geleden voorzitter. “We hebben onszelf de vraag gesteld: heffen we het COC hier op of gaan we door?” Die vraag is beantwoord. Café Stonewall in Enschede is deze vrijdagavond het decor voor een jubileumfeestje, inclusief een frisse blik op de toekomst. Of, liever gezegd, een heroriëntatie op de missie van de vereniging.
Lees verder onder de afbeelding.
Bergman formuleert een vervolgvraag op die beslissing om door te gaan: “Moeten we blijven doen wat we doen, of moeten we meer activistisch worden?”
De samenleving polariseert, stelt ook hij vast. En het beeld van tolerantie voor mensen die anders zijn dan het gemiddelde is nogal wisselend. Voorlichters van het COC in de regio melden dat de weerstand tegen alles wat ‘queer’ is in de afgelopen jaren is toegenomen. Alleen de term of het thema roept bij een groeiende groep mensen al rode vlekken op.
In persoonlijke gesprekken met jongeren, waar ruimte is om te luisteren en van gedachten te wisselen, merkt Bergman dat het ‘best wel goed gaat’. Hij werkt in het onderwijs; “Maar met sociaal werkers, dus misschien maakt dat uit.”
Feit is dat het aantal geweldsincidenten tegen vertegenwoordigers uit de brede regenbooggemeenschap toeneemt. Feit is ook dat mensen die van elkaar verschillen maar elkaar kennen veel minder snel geneigd zijn tot veroordeling van de groep waar de ander voor staat. In een polariserende wereld waarin ‘anders’ steeds gemakkelijker ‘vijand’ is, wordt de drempel om elkaar te kennen steeds hoger.
Bergman zegt het niet met zoveel woorden, maar in wat hij zegt klinkt een vraag door die het COC-bestuur zichzelf stelt. Leven en laten leven; dat was lange tijd een kurk waar onze samenleving op dreef. Die kurk erodeert. Keer je dat proces met activisme, of is er iets anders nodig? Daarmee staat het COC Twente-Achterhoek opnieuw midden op het kruispunt van ingewikkelde sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen.