Enschede groeit. Maar daar is het voorlopig ook wel mee gezegd. De groeicijfers blijven achter bij de prognoses van een paar jaar geleden en de ambities van het gemeentebestuur zelf. Hoewel er sprake lijkt van een voorzichtig herstel, verhuizen er nog altijd meer Enschedeërs naar elders dan dat er nieuwe inwoners voor terugkomen. De stad groeit dus nog steeds vooral door immigratie.
Het is al bijna tweeënhalf jaar geleden dat 1Twente de groeicijfers van Enschede onder de loep nam. Tijd dus voor een update. De conclusie destijds, wat kort door de bocht: er worden steeds minder Enschedeërs geboren en er gaan er steeds meer dood, door verhuizingen 'verliezen' we netto steeds meer inwoners aan andere steden en de stad groeit slechts door oplopende immigratie vanuit het buitenland.
De bovenstaande factoren zijn dan ook de drie manieren om te groeien: een positief geboortesaldo, verhuissaldo en immigratiesaldo. Lang waren deze cijfers in Enschede in evenwicht, maar sinds 2012 zien we een kentering. Enerzijds door vergrijzing, maar aan de andere kant ook omdat er steeds minder mensen worden geboren. Dat is grotendeels een landelijke demografische ontwikkeling.
Interessanter is het structureel negatieve verhuissaldo. Bij een gemeente die 'in trek' is, zou dat een positief cijfer moeten zijn. Dat zou namelijk betekenen dat inwoners er niet weg willen, maar dat er wel steeds meer mensen uit andere gemeenten hiernaartoe verhuizen. Iets dat over het algemeen ook alleen maar kan als er genoeg huizen worden gebouwd waar die mensen kunnen wonen.
De meest recente bevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2021 loopt redelijk in lijn met de ambitie die lokale politici al jaren uitventen, namelijk dat Enschede in 2032 om en nabij 170.000 inwoners telt. En als het aan het gemeentebestuur ligt, gaat het dan ook nog om 'kwalitatieve groei'. Dat wil - wederom kort door de bocht - zeggen: jonge en hoogopgeleide mensen uit de Randstad. Misschien wel geboren Tukkers die na hun studie terugkeren op oale groond.
De wenselijkheid van die ambitie en hoeveel kosten en moeite het waard is om dat beoogde resultaat te bereiken, laten we in dit artikel even buiten beschouwing. Dat mogen de raadsleden in het jaarlijkse woondebat met elkaar uitvechten. Wel kijken we hoe de vlag erbij hangt, als we van deze groeicijfers uitgaan.
Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om op basis van de bovenstaande grafiek te concluderen dat de werkelijke groei van Enschede nogal achterblijft bij de prognoses. En dat is op zichzelf ook niet nieuw, al is het maar omdat er te weinig woningen worden gebouwd om al die nieuwe mensen te huisvesten. Nog los van al die Enschedeërs die in afwachting van een eigen huis bijvoorbeeld nog bij hun ouders wonen. Maar daar hebben we geen cijfers van.
Er zouden op zijn minst 650 woningen per jaar bij moeten komen om in lijn te blijven met de groeiambities, maar om uiteenlopende redenen kan Enschede niet verder komen dan netto 575 woningen per jaar. Maar ook dat klinkt op de korte termijn nog erg positief. Vorig jaar zijn in Enschede namelijk maar 398 bouwvergunningen afgegeven voor woningen. En in de eerste kwartalen van dit jaar slechts 65. Let op: sloopvergunningen zijn hierin niet meegerekend.
Toch groeit Enschede al enkele jaren gestaag met vijfhonderd tot zeshonderd inwoners per jaar. En dat komt dus vooral door immigratie. Denk aan internationale studenten, arbeidsmigranten, expats en gezinshereniging (bv. uit Syrië of Afghanistan). De bewoners van het asielzoekerscentrum aan de Parkweg vallen niet onder immigratie. Zij zijn namelijk niet rechtstreeks vanuit het land van herkomst naar Enschede verhuisd. Daarover later meer.
Voor Oekraïense vluchtelingen geldt een uitzondering. Zij vallen in de categorie 'ontheemden' en zijn in veel gevallen wel rechtstreeks vanuit hun thuisland naar Enschede verhuisd. En dan met name na de inval van Rusland in februari 2022. Dit is goed terug te zien in de cijfers van het CBS; in 2022 is er een behoorlijke piek te zien. In drie jaar tijd zijn er 1.314 Oekraïners naar Enschede gekomen, 393 zijn in diezelfde tijd weer geëmigreerd.
Hoewel er de laatste jaren een toename te zien is van Spanjaarden en Italianen die naar Enschede verhuizen, is het beeld over een langere periode niet veranderd. Net als in 2023 behoren Roemenen, Chinezen en Indiërs tot de nationaliteiten die in grotere aantallen naar Enschede verhuizen.
Net als de Duitsers, logischerwijs. Al is daar wel iets geks aan de hand. Enschede mag zichzelf dan 'de meest Duitse stad van Nederland' vinden, sinds 2019 is het aantal Duitsers dat jaarlijks hiernaartoe verhuisd gehalveerd. Nederlanders - die waarschijnlijk terugkeren na een buitenlands avontuur - blijven de grootste groep immigranten in Enschede.
Op gebied van verhuizingen ging het in Enschede lange tijd voor de wind. Vanaf het begin van deze eeuw werd er veel gebouwd in de stad en er kwamen daarom veel meer mensen bij, dan dat er vertrokken. Echter, vanaf 2012 is er geen enkel jaar sprake geweest van een positief verhuissaldo. Er gaan verhuizen dus standaard meer mensen naar andere gemeenten dan dat er aan nieuwe inwoners voor terugkomen. Met als absoluut dieptepunt het jaar 2022, toen Enschede onder de streep bijna duizend inwoners kwijtraakte aan andere gemeenten. Belangrijk is om te beseffen dat Enschede als studentenstad per definitie veel mensen aantrekt die hier puur komen om te studeren, maar zij blijven na hun studie dus niet hangen en deze uitstroom wordt ook niet gecompenseerd door mensen die in een latere levensfase besluiten om in Enschede te komen wonen.
De afgelopen twee jaar lijkt er sprake te zijn van een voorzichtige kentering. Het verhuissaldo is weliswaar nog altijd negatief, maar geslonken tot minus 190 personen. En, tromgeroffel... er kwamen zowaar meer Amsterdammers naar Enschede (234), dan dat er aan Enschedeërs naar Amsterdam verhuisden (229). Oke, een verschil van vijf, maar wie het kleine niet eert... Of er sprake is van een trend, zal de komende jaren moeten blijken. En de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat het Enschede nog altijd structureel inwoners verliest aan andere grote steden zoals Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Nijmegen en Arnhem.
Niet te vroeg gejuicht dus. Zeker niet wanneer wordt gekeken naar waar die 'verhuizers' dan wel vandaan komen. Laten we een top vijf maken over een periode van vijf jaar, namelijk de jaren 2020 tot en met 2024. Let op: het gaat hierbij om het verhuissaldo, dus het aantal nieuwkomers minus het aantal vertrekkers naar de betreffende gemeente.
Vooral Westerwolde en Heumen vallen op, maar zijn makkelijk te verklaren. In Ter Apel (gemeente Westerwolde) staat het aanmeldcentrum van het COA. Het gaat hierbij waarschijnlijk vooral om de nieuwe bewoners van hat asielzoekerscentrum aan de Parkweg, maar ook om statushouders. Hetzelfde geldt voor Heumen. Daar sloot begin 2022 een azc. De bewoners werden vervolgens overgebracht naar de noodopvang op de voormalige Vliegbasis Twenthe. En zo valt ook het positieve saldo (+49) te verklaren met het iets lager geplaatste Cranendonck, waar het op één na grootste azc van Nederland is gevestigd.
Voor zover er dus sprake is van een positief verhuissaldo ten opzichte van andere gemeenten, dan heeft dit dus voor een belangrijk deel te maken met het asielbeleid. Daar kan je van alles van vinden, maar het is niet de manier waarop de gemeente zelf zou willen groeien. In dat gedroomde scenario zou het saldo met gemeenten in de Randstad namelijk een stuk positiever zijn. Het zegt dus iets over de aantrekkelijkheid van Enschede als woonstad, of dat nu door het imago, de bereikbaarheid, de werkgelegenheid of het woningaanbod (of een combinatie van dit alles) komt.
Wanneer puur wordt gekeken naar nieuwkomers of vertrekkers, dan laten de cijfers zien dat verhuizers vooral binnen Twente blijven. De afgelopen vijf jaar kwamen de meeste nieuwe inwoners namelijk vanuit Hengelo (3.747), Almelo (1.579), Haaksbergen (1.135), Losser (1.103) en Amsterdam (986). Min of meer hetzelfde rijtje als de vertrekkers. Die verhuisden de afgelopen vijf jaar namelijk het meest naar Hengelo (4.719), Losser (1.753), Almelo (1.348), Haaksbergen (1.261) en Utrecht (1.202).