In de voortuin van een statige villa aan de Marthalaan in Enschede zit een paar honderd man in een halve cirkel op een houten tribune. De andere helft van de cirkel is decor, het gras in het midden vormt een toneel. Even verderop speelt draaiorgel De Laplander. In het intieme openluchttheatertje gaat-ie deze vrijdagavond bijna beginnen: de première van ‘Eanske vol Liefde’. Een verhaal dat de nodige herinneringen blijkt los te maken.
De voorstelling van een ruim uur, gemaakt voor het jubileum van de stad, reist de komende weken door vijf Enschedese stadsdelen. Overal wordt het basisverhaal aangevuld met elementen uit de wijk zelf. Het resultaat is volkstoneel dat letterlijk en figuurlijk dichtbij komt.
Voor sommige bezoekers is het een verademing: het gaat een keer niet alleen maar over het textielverleden. Het stuk is juist doorspekt van andere ‘kleine’ Enschedese herinneringen. Zoals Hotel Modern, in het pand waar later Hotel Rodenbach zat. Modern had een glazen dansvloer en was razend populair. Net als huisband The Buffoons.
“Dat weet ik nog. In 1968. Het jaar dat wij trouwden”, zegt Hans Zeelte. Hij zit naast zijn vrouw Gerdi op een bankje na de voorstelling, ze kregen het kaartje als verjaardagscadeau. “Wij zaten in die tijd op dansles in het Parkhotel”, vult ze aan. “En we fietsten dan altijd langs Modern. Die glazen vloer leek me wel apart, maar we zijn er nooit geweest. Wij gingen naar café Assink aan de Hengelosestraat.”
En later naar Deurningerstraat, voegt Hans daar weer aan toe. “Hoe heet het ook alweer, waar nu de slijterij zit?” Avion, moest deze verslaggever even opzoeken. “Daar moest je een stropje voor, anders kwam je niet naar binnen. Dus dan moest je soms eerst naar huis om een stropje op te halen. En als je binnen was, deed je het stropje weer af.”
Lees verder onder de afbeelding.
Hoewel de periode niet uitgebreid wordt behandeld, brengt de uitvoering Zeelte ook terug naar een tijd waarin schoorstenen de horizon bepaalden. “Op de lagere school ging ik naar het zwembad van Van Heek (waar nu het Van Heekplein is, red.). En als je door de stad liep, dan stonk het gewoon. Door die fabrieken allemaal. De hele binnenstad was een fabriek.”
Ook Henk Hilbolling is enthousiast. “Ze hebben zo’n beetje de hele geschiedenis van Enschede behandeld, dat vind ik altijd heel leuk.” De namen van de families toveren een glimlach op zijn gezicht. “Schering en Inslag, heel goed bedacht. Dat komt natuurlijk uit de textiel. En ik zeg altijd: zonder het verleden heb je geen heden.”
Centraal in het stuk staan de families Schering en Inslag. Beide typisch Enschedese families, maar ook verschillend. Er is rivaliteit tussen de twee, behalve bij oma Schering en opa Inslag. Integendeel. Als verzoeningspoging maken ze met beide families samen een jubileumshow over de geschiedenis van hun stad, vol sketches, liedjes en scènes in de stijl van tv-programma’s als Boer zoekt Vrouw, De Rijdende Rechter en Tussen Kunst en Kitsch.
Zonder de textielindustrie was Hilbolling zelf nooit in Enschede gekomen. “Wij kwamen van het platteland in Barsingerhorn (Noord-Holland, red.). En toen ging mijn vader werken in de textielfabriek. We konden eerst wel kilometers ver kijken en toen zaten we in één keer vier hoog in een flat met mijn vader in de fabriek. Dus dat was gedoemd te mislukken.” En toch, hij is er nog. “Ik ben hier met mijn vrouw. Eanske vol Liefde, haha!”
Je merkt wel: je kunt ook niet echt om het stof heen in die stadsgeschiedenis. En al helemaal niet op de plek waar de uitvoering dit weekend is neergestreken, blijkt als die even wordt aangestipt in de voorstelling.
De stadsvilla aan de Marthalaan wordt in 1909 gebouwd voor de dan pasgetrouwde textieltelg Bernard Jan Blijdenstein en zijn vrouw. Na hun bewoning wordt het pand in 1970 onderdeel van verzorgingshuis Martha Oord, dat later opgaat in Zorggroep Manna. Nu wordt de villa gebruikt door Jongbloed Fiscaal Juristen.
Ook het kleine meisje waarnaar de laan werd vernoemd komt voorbij. Geboren in 1901. Vader was een Ter Kuile, moeder een Blijdenstein. De familie van haar vaders kant legde de straat ooit aan als particuliere weg op eigen landgoed. Martha groeide op in de niet meer bestaande villa Ravenshorst, op een steenworp afstand van waar het stuk werd gespeeld.
Naar andere overbekende elementen uit de stadsgeschiedenis, de stadsbrand en ramp, wordt subtiel gerefereerd. Het bekendste zinnetje van Enschede - “wat wordt hier verzweeg’n” - komt bijvoorbeeld voorbij, maar dan in een totaal andere context.
De kleinschalige voorstelling zo in de buitenlucht heeft iets van een bonte avond op een familieweekend, maar dan beter uitgevoerd. Een onder-onsje voor Enschedeërs, met af en toe een sneer naar omliggende plaatsen. Dat gevoel wordt versterkt als op de helft een borrelplankje wordt rondgedeeld door de acteurs: het ‘worst-kaas-scenario’. En vervolgens de karaoke wordt ingezet. Met liedjes uit het FC Twente-stadion, maar dan anders. Sweet Caroline bijvoorbeeld, wordt ‘Sweet Enschede, vroeger was het hier zo kut.' Waarna het publiek dus driemaal die laatste woorden moet meebrullen. Gelach alom, en hier en daar wat ongemak.
Bezoeker Carlo ten Brink betrapte zichzelf erop dat hij meedeed met het stuk. “Dat doe ik anders nooit." Waarom nu dan wel? "Het zat leuk in elkaar, er zat schwung in, ik heb genoten.” De geboren Enschedeër komt regelmatig in het theater. Zeker als het buiten is. “Ik ben ook net in Winterswijk en Hertme geweest. Alles wat buiten is doen we.”
Hij benoemt ook een element buiten de voorstelling. “Ik heb Laurens ten Den ook bedankt. Ik had heel veel lol aan hem, aan de lol die hij had in zijn eigen stuk. Het was een combinatie. Iedereen was enthousiast.”
Ten Den is de tekstschrijver en zit gedurende de voorstelling op een hoge steen achter het publiek. Regelmatig klinkt gelach vanuit die hoek. “Zaten ze naar mij te kijken?”, reageert hij na afloop enigszins verbaasd.
Lees verder onder de afbeelding.
Wat hem betreft is de première geslaagd. “Je hebt bij zo’n soort voorstelling het publiek nodig. Omdat er allemaal van die volkse elementen in zitten. In grapjes, in liedjes, in wetenswaardigheden. Dat kun je repeteren en alles kan erin zitten, maar dan moet je het nog delen met het publiek. Het is dan heel leuk om op verschillende momenten en verschillende plekken mensen te zien lachen. Je moet dat terugkrijgen om lekker te kunnen spelen. Daarom is het zo fijn om nu bij de première te zien dat het ook werkt.”
Regisseur Silvia Andringa beaamt dat gevoel. “Het is een soort resonans. Theater maken zonder publiek slaat helemaal nergens op. Het is pas af als het ook ergens aankomt. Anders schrijf je een brief die nooit bezorgd wordt.”
Het duo is gewend samen buitenvoorstellingen te maken. Een genre met zijn eigen uitdagingen, legt Andringa uit. “Vanmiddag stonden we in de volle zon, onbeschut. En sommige dingen die in het theater interessant overkomen, kunnen hier ineens nergens meer op slaan. Je staat in de open lucht. Je kunt wel magie maken, maar dat moet je op een andere manier doen dan binnen. Dat is bijna niet uit te leggen.”
Ze heeft vertrouwen in de rest van de reeks. In totaal wordt dertig keer gespeeld, verdeeld over vijf stadsdelen. “Dus ook in heel verschillende settings. Voor een heel breed publiek is het echt een feestje, geloof ik.” Ten Den: “Na het zien van de première geloof ik dat zeker.”
Eanske vol Liefde is na dit weekend achtereenvolgens te zien bij speeltuin Het Honk in de Ferdinand Bolstraat, wijkcentrum De Magneet aan de Hertmebrink, scoutinggebouw Het Volbert aan de Magnoliastraat en de Vijvers in Roombeek aan de Stroinksbleekweg. Telkens vrijdag, zaterdag en zondag op dezelfde locatie, met een voorstelling om 15.30 uur en 19.00 uur. Kaarten via Wilminktheater.