Onopgemerkt wordt in 1976 een tunnel gegraven onder de Piet Heinstraat in Enschede. Vanuit de kelder van het dan leegstaande gebouw dat daarvoor werd gebruikt door de Enschedese School Vereniging (ESV), werken onbekenden wekenlang aan een ondergrondse gang richting de kluis in het pand aan de overkant van de straat. Daar zit nu ROC van Twente, maar toen: de AMRO-bank.
“Het klinkt als een filmscenario”, vertelt historicus Paul Snellink, die zich al jaren bezighoudt met de onderbelichte geschiedenis van de stad. In de avond van 13 september breekt er brand uit in de kelder van het leegstaande gebouw dat eerder als school diende. De schade aan het pand, dat mogelijk het nieuwe hoofdkantoor van de TET zou worden, blijft beperkt.
Tijdens een daaropvolgend onderzoek valt de politie op dat er in de verschillende ondergrondse ruimtes opvallend veel zand ligt. Dit leidt tot de ontdekking van de gegraven tunnel. “Deze was ongeveer een meter breed en hoog. Met een lengte van ongeveer 12 meter werd de helft van de afstand tussen de school en de bank al bereikt.”
Snellink sprak met voormalige medewerkers van de AMRO-bank over de gebeurtenissen. “Het personeel hoorde pas op maandag dat er iets ernstigs aan de hand was. Alleen de directie was die ochtend direct ingelicht door de politie. Iedereen kreeg een spreekverbod als het om de tunnel ging. Overige medewerkers werden niet eens in kennis gesteld.”
Het lijkt erop dat de daders op de hoogte waren van de inrichting van het bankgebouw. “Volgens een oud-bankmedewerker kon je destijds rond de kluis lopen, omdat die los stond van de binnenmuren. Ze hadden zich daar kunnen verstoppen en medewerkers van de kasafdeling kunnen overvallen zodra die arriveerden”, vertelt de historicus.
“Die maandag nog werden er spiegels rond de kluis geplaatst. Zo konden bewakers voortaan zien of er iemand in een blinde hoek zat.”
Hoewel de tunnel uiteindelijk nooit tot een kraak leidde, werpt het voorval een licht op een vergeten stukje stadsgeschiedenis. “De politie heeft het pand nog een tijd in de gaten gehouden, in de hoop dat de werkzaamheden zouden worden hervat.”
In december werd de tunnel gedicht. “Over de daders is weinig bekend”, vertelt Snellink. “Ze waren verstandig genoeg om weg te blijven na de brand en zijn dus nooit gevonden.”