Ze zijn inmiddels een vaste waarde op de Zwarte Cross met hun eigenzinnige muziektheatervoorstellingen, theatergezelschap Hydra uit Oldenzaal. Vanaf donderdag staan ze er voor de zestiende keer met een compleet nieuwe voorstelling: ‘Machina Voltaire’. Een toch wel beladen voorstelling, omdat deze onmiskenbaar het stempel draagt van de onlangs overleden artistiek leider Nick Slot.
Nick overleed een aantal weken geleden op 55-jarige leeftijd, na een slopende ziekte. Zoals hij zelf zijn afscheid regisseerde – als een voorstelling in Hydra-stijl – zo bleef hij zich ook tot het laatst bemoeien met de nieuwe voorstelling voor de Zwarte Cross. In nauw overleg met dochter Meg, die het stokje geleidelijk heeft overgenomen. Maar ook met z’n Hydra-soulmates van het eerste uur, Erwin Pross en Aljan ten Broeke.
Hoewel Nick het leven, maar ook z’n ‘kindje’ Hydra maar moeilijk kon loslaten, verliep het afscheid uiteindelijk heel organisch. Eigenlijk, zoals een straattheateract of een voorstelling van Hydra altijd ontstond. In de afgelopen 30 jaar ontwikkelde Nick Slot met Hydra een geheel eigen theatrale beeldtaal. Rauw en teder tegelijkertijd, maar ook met humor. Vervreemdend, maar toch ook heel herkenbaar. Met archetypische, mythische figuren. Wereldvreemde mensen, die maar moeilijk hun weg weten te vinden in de weerbarstige werkelijkheid. Dieren als kikkers en kraaien, ook, met menselijke trekjes.
Dochter Meg groeide op in die wondere Hydra-wereld, die haar vader Nick en moeder Sandra creëerden. Letterlijk. Ze was als het ware voorbestemd ooit het stokje over te nemen. Dat moment kwam voor haar vroeger dan verwacht en gehoopt toen haar moeder – liefkozend mama Hydra genoemd – in 2018 overleed. Toen zich een aantal jaren later een levensbedreigende ziekte bij vader Nick manifesteerde, groeide Meg langzaam maar zeker in haar rol als artistiek leider, regisseur en cultuurbewaker van Hydra.
In de twee jaar dat de ziekte van Nick zich voortsleepte, sprak Meg veel met haar vader over theater, het leven, Hydra. Meg: “Lichamelijk was hij op, maar z’n brein werkte nog prima.” Aan de vooravond van de nieuwe voorstelling voor de Zwarte Cross is het besef nog maar nauwelijks ingedaald dat Nick er niet meer is. Meg: “Het afscheid van hem was eigenlijk ook een voorstelling, die door hem was bedacht. Dat was heel zwaar, maar ook heel mooi. Met al die mensen, die iets met Nick hadden en met Hydra.”
Op dinsdagavond, twee dagen (!) voor de première op de Zwarte Cross, groeit tijdens een eerste echte doorloop met muzikanten en spelers organisch naar z’n definitieve vorm. Helemaal in de geest van Nick. Schoonheid uit schijnbare chaos. Meg oogt rustig. Geeft instructies aan spelers en muzikanten, speelt intussen zelf ook mee. Zij heeft in haar hoofd wat het zou moeten worden. Wat het zou kunnen worden. “Er is bij Hydra altijd veel ruimte voor improvisatie.”
Het bijzondere van Hydra is volgens Erwin Pross dat het een grote familie is van mensen van allerlei pluimage met een passie voor theater. Allemaal mensen – jong, oud, nieuwkomers en oudgedienden - die het ‘er bij’ doen naast studie of werk. Een harde kern van zo’n zes, zeven mensen die zich bezig houden met het bedenken en vormgeven van acts en voorstellingen, het bouwen van decors, logistiek en administratieve zaken. Daaromheen een ‘schil’ van zo’n 30 tot 40 mensen, op wie een beroep kan worden gedaan voor verschillende projecten.
Lees verder onder de afbeelding.
Erwin: “In feite zijn we een bedrijf, dat wordt gerund door amateurs op professioneel niveau.” Hydra gedijt al zo’n 30 jaar als onafhankelijke vrijplaats voor eigenzinnige theatermakers in de rafelranden van de reguliere theaterwereld. Zonder subsidie. Dat is een bewuste keuze, want afhankelijkheid van geldschieters zou inperking van de artistieke vrijheid betekenen. En dat is vloeken in de Gospelchurch van ‘reverend Willy’, een alter ego van Nick Slot.
Een definitie van het soort theater dat Hydra maakt, hebben Meg en Erwin niet echt. Meg: “Je zou het beeldend theater kunnen noemen. Waarbij muziek, spel en ook het decor samenvloeien tot een soort totaaltheater. Ik heb het gevoel dat we steeds meer terug gaan naar het beeldende theater uit de beginjaren van Hydra.” Erwin vult aan: “Het is bij ons nooit glad. Het mag best een beetje schuren.” Een boodschap heeft Hydra niet zegt Meg beslist. “Daar heb ik het veel met Nick over gehad. Hij zei: Je moet mensen zelf laten dromen. We dringen mensen niets op.”