Vorige maand wijdden leden van de anti-islambeweging Pegida de plek waarop in Enschede een moskee gebouwd moet worden in met varkensbloed. Die actie leidde niet alleen tot walging bij lokale bestuurders, maar ook tot vragen in de Tweede Kamer.
DENK-kamerlid Farid Azarkan vroeg Justitie-minister Grapperhaus onder meer of hij bereid was om extra veiligheidsmaatregelen te nemen bij moskeeën, maar volgens de minister wordt dat niet geadviseerd. Ook hoeft er volgens de minister op basis van het huidige dreigingsniveau geen extra geld beschikbaar gesteld te worden voor lokale beveiliging.
'Actie bevestigt zorgen'
Volgens minister Grapperhaus past de actie van Pegida in 'een patroon van intimiderende en shockerende acties uitgevoerd door extreemrechtse activisten'. Ook zijn er zorgen over de toegenomen radicale koers van de beweging van voorman Edwin Wagensveld. 'Er zijn echter geen aanwijzingen dat Pegida een gewelddadige koers zou gaan voorstaan', 'maar een gewelddaad door een eenling of een kleine groep blijft voorstelbaar'.
Geen verbod
Azarkan vroeg de minister ook naar zijn bereidheid om Pegida te verbieden. Volgens Grapperhaus is daar geen sprake van, onder meer omdat aan de juridische eisen voor verbodenverklaring nooit kan worden voldaan. 'Een organisatie kan niet verboden worden louter omdat zij radicaal rechts-extreem is'.
© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede - Foto: Robin Hilberink