Hij moet er zelf ook om lachen. "Ja, ik ben er nog steeds. Eigenlijk ben ik nooit weggeweest", zegt Jari Oosterwijk over zijn jaren van anonimiteit bij FC Twente. Anders gesteld: hij was er wel, maar ook weer niet. Onttrokken aan het licht van de massa, deed de aanvaller uit Lettele zijn ding. Als hij scoorde, gebeurde dat in stilte, zonder het applaus van het volle stadion.
Tegenvallers
Hoe moet je zijn loopbaan tot dusverre eigenlijk definiëren? Als grillig? Als een achtbaan? Als een gevecht tegen beter weten in? Hij kan de opmerkingen en de goedbedoelde tips van de buitenstaanders ondertussen dromen. Waarom ga je na zoveel teleurstellingen nog altijd het gevecht aan bij FC Twente? Wordt het niet eens tijd om ergens anders te kijken, een nieuwe, frisse start, in een nieuwe omgeving zonder al die vooroordelen? "Ik weet het, en het is vast allemaal goed bedoeld, maar ik wil bij FC Twente spelen. Krijg dat maar eens uit m'n hoofd", zegt hij. En zowaar: ondanks alle scepsis en al die tegenvallers, is hij vrijdag tegen Sparta de beoogde spits. Als hij tenminste op tijd hersteld is van zijn enkelblessure.
Lukt dat, dan is de door velen nooit meer verwachte rentree een feit. "Ik heb tweeënhalf jaar niet meer in het eerste gespeeld", zegt Oosterwijk. "Ik was basisspeler in de eredivisie toen er bij mij hartrimtestoornissen werden geconstateerd. Daar heb ik inmiddels geen last meer van, maar het kostte me wel een operatie en mijn plek."
Sindsdien was hij uit beeld verdwenen en speelde hij zijn wedstrijden bij de reserves. "Ik heb nog een half jaartje op huurbasis bij NAC gespeeld, maar dat werd geen succes", aldus Oosterwijk. "Je moet de schuld in eerste instantie bij jezelf zoeken. Laten we het er maar op houden dat het van beide kanten niet is verlopen zoals we wilden. Dat kan een keer gebeuren in je carrière."
Moedeloos
Toen hij terugkeerde bij Twente had de club net Tom Boere en Marko Kvasina gekocht. "Ik was derde spits en heb nooit een serieuze kans meer gehad", zegt hij. "Het was om moedeloos van te worden."
Zijn situatie werd er in de winterstop niet beter op toen hij een aanbod van Cambuur naast zich neerlegde. De toenmalige trainer Gertjan Verbeek veegde vervolgens in het openbaar de vloer aan met Oosterwijk. "Ik kan nog begrijpen dat hij me niet snapte, maar ik vond zijn reactie niet sjiek. Ik hoef me toch niet voor alles te verantwoorden", zegt Oosterwijk. "Het leek wel of ik iemand had vermoord. Ik zat in die fase niet zo goed in mijn vel en miste het vertrouwen en de stabiliteit voor zo'n overstap. Als ik ergens naar toe ga, moet ik er volledig achterstaan. Na NAC besefte ik dat ik me niet weer een misstap kon permitteren."
Achterstand
In de voorbereiding op dit seizoen keerde hij terug bij de eerste selectie. Zonder al te veel perspectief, zo leek het. "Ik wist dat ik dit seizoen met een achterstand begon en dat ik uit de picture was bij het publiek. Maar ik ben het er niet mee eens dat ik op dood spoor zat, of helemaal onderaan de ladder moest beginnen. Ik heb bij Jong Twente in de eerste divisie zestien goals gemaakt, bij NAC heb ik ook mijn doelpunten gemaakt en ik heb een half jaartje in de eredivisie gespeeld. Die bagage kun je niet zomaar weggooien, vind ik."
Door de blessure van Boere was Oosterwijk in de voorbereiding de eerste spits bij Twente. Dat niet iedereen daar altijd even blij mee was, is hem niet ontgaan. "Op de een of andere manier heb ik soms wat minder krediet bij de mensen", weet hij. "Misschien komt dat omdat ik soms wat nonchalant overkom. Maar geloof me, dat ben ik totaal niet. Wie nonchalant is, komt niet bij het eerste van FC Twente. Maar ik heb dat beeld nou eenmaal aan me hangen, dat weet ik. Er is maar èèn antwoord dat ik kan geven en dat is scoren, veel scoren."
© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede, foto: Lars Smook