De meeste mensen hebben een helder beeld van de massamoord op Joden onder het nazibewind. Van kille statistieken tot bibliotheken vol verhalen die elke verbeelding tarten. De massaroof die daarmee gepaard ging, is lange tijd een voetnoot in die geschiedenis gebleven. De details daarover worden pas de laatste jaren - 80 jaar na dato - in kaart gebracht. Voor zover dat kan.
In dit Enschedese verhaal gaat het niet over wat er is geroofd, maar over wat er overbleef. Een servies, een trouwring en een verhaal. Dat van Eduard Denneboom, getrouwd met Felice Denneboom-Cohn. Hun drie kinderen overleefden de oorlog, zij niet.
Eduard werd in april 1890 geboren in Avereest, maar vertrok na het einde van de Eerste Wereldoorlog naar Breslau (nu Wroclaw, Polen). Destijds de derde stad van het Duitse Keizerrijk, de tweede als het om het aantal Joden ging. Met een levendige Joodse cultuur, een Joodse theologische opleiding en een voor Duitsland belangrijke arbeidersbeweging die was gestart door een Jood.
Lees verder onder de afbeelding.
We weten niet of dat redenen zijn waarom Eduard met zijn Felice naar Breslau vertrok, maar het zou kunnen. Wat we wel weten is dat beide echtelieden aan het eind van de jaren 30 terugkeren naar Nederland en in Enschede neerstrijken. Daar begint Eduard een handel in lompen. Die brengt hij in een paar jaar tijd tot bloei, tot de nazi’s binnenvallen en het bedrijf sluiten.
Dat mag je afleiden uit het servies van het stel. Het gezin Denneboom moet tot de gegoede middenstand hebben behoord. Glaswerk van kristal met een zilveren rand en voet. Gemaakt ergens in de buurt van Parijs, maar vermoedelijk gekocht in een van de sjieke winkels die de stad destijds rijk was. Je kon hier in die tijd de hele wereld kopen. Als je er de centen voor had.
Ook de servetringen, de messteunen en de taartschep zijn van zilver. Attributen die je in het doorsnee huishouden in Enschede niet aantrof. De schalen, borden, schalen en kommen zijn van porselein of handbeschilderd aardewerk. Dat vond je echt niet overal in de stad.
Lees verder onder de afbeelding.
Maar toch: dat servies op zichzelf is niet zo bijzonder dat je het in een museum neerzet. Het verhaal dat het vertelt is dat wel. Als je in ogenschouw neemt dat ook dat staat voor het verhaal van tienduizenden Joden en hun families en dat van honderden uit Enschede. En het is de tegenhanger van een ander servies in het depot van de MuseumFabriek: dat van de NSB’er Gerrit Albertus Lasonder. Ook daaraan kleeft een bijzonder verhaal.
Eduard en Felice wonen met drie kinderen in een van de betere buurten van de stad, niet ver van de synagoge. Een gewoon huis, vermoedelijk gehuurd, maar betrekkelijk comfortabel.
Hun terugkeer naar Nederland was vrij laat; er waren al eerder vluchtelingenstromen uit Duitsland gekomen. Zij hebben de anti-Joodse maatregelen onder het naziregime aan den lijve meegemaakt. En ze zijn zich bewust van de ernst daarvan. Kort nadat de Duitsers het land binnenvallen en bezetten, laten zij hun kinderen onderduiken. Zijzelf doen dat niet.
Ze maken wel een afspraak. En ook daaruit blijkt dat zij heel goed weten wat er op het spel staat.
Lees verder onder de afbeelding.
Als er op een dag onverwachts wordt aangebeld, doet degene die het dichtst bij de deur staat open. De ander vlucht en duikt ook onder. Dan hebben de kinderen na de oorlog in elk geval nog één ouder.
Het kan zijn dat ook de Twentse razzia, zoals die later wordt genoemd, daarin een rol speelt. Half september 1941 pakken de Duitsers 105 mannen uit heel Twente op. Een represaillemaatregel na sabotageacties van een vroege Twentse verzetsgroep. Gewone mannen, uit alle lagen van de bevolking, met één gemene deler: het zijn Joden. Alle 105 worden linea recta afgevoerd naar Mauthausen, Oostenrijk. Vier maanden later is geen van hen meer in leven.
Twente is wakkergeschud. De anti-Joodse maatregelen, die ook in Nederland al zijn getroffen, blijken meer dan pesterij. Die razzia wordt de aanzet tot een grote onderduikorganisatie, geleid door dominee Leendert Overduin, die ruim 1000 Joden de oorlog zal slepen. Een verhaal op zich.
Op een dag gebeurt wat Eduard en Felice al vrezen: er wordt aangebeld. Felice doet open en wordt opgepakt en via Westerbork naar Sobibor getransporteerd, waar zij in 1943 bezwijkt. Eduard weet te ontkomen en duikt onder, maar wordt eind september 1944 verraden en gefusilleerd op Vliegveld Twenthe. Met elf anderen: vier andere Joden, zes verzetsstrijders en een onbekende onderduiker. Drie vrouwen en negen mannen.
Felice stopte een van de politiemensen die aan de deur stonden haar trouwring toe. Na de oorlog staat die agent bij een van de kinderen van Eduard en Felice op de stoep om ‘m terug te geven.
Die trouwring is bewaard gebleven en gedragen door de oma van Rachel Denneboom, achterkleindochter van Eduard en Felice. Rachel, die dit verhaal een paar maanden voor de dood van haar oma hoorde, is nog altijd in het bezit van die ring.
Dat servies jarenlang is nog jarenlang gebruikt tijdens Joodse feest- en andere hoogtijdagen. Onlangs werd het aan de MuseumFabriek geschonken. Hoe dat de oorlog heeft overleefd en familiebezit is gebleven, is onbekend. Net als de identiteit van de agent, die de familie die trouwring terugbezorgde.
Weet je toevallig om welke politieman dat gaat? Neem contact op met de redactie.
Voor dit artikel is gebruik gemaakt van wikipedia.nl, oorlogsdodendinkelland.nl, het digitaal Joods Monument en digitaal Joods monument en informatie van Rachel Denneboom.
Elke week lichten collectiebeheerder Edwin Plokker en 1Twente-verslaggever Ernst Bergboer een object uit het depot van de Enschedese MuseumFabriek. Dat depot is een verhalen-kabinet: al die objecten vertellen stukjes Twentse geschiedenis - oeroud èn kakelvers. Meer zien en lezen? In het dossier op de website van 1Twente vind je alle afleveringen die tot nu toe verschenen zijn.