OmArm Enschede

Maatwerk in de bijstand: De getraumatiseerde vluchteling

Welke ruimte biedt de bijstandswet gemeenten om rekening te houden met de omstandigheden van aanvragers en uitkeringsgerechtigden? Die vraag staat centraal in een onderzoek naar de uitvoering van sociale wetten, waarmee de gemeenteraad unaniem instemde. Wij verkennen die vraag in een aantal artikelen die we schreven op basis van recente praktijkverhalen.

Bedelaar Ernst Bergboer
© Ernst Berber

In dit tweede verhaal gaat het over een vluchteling die in problemen kwam om zijn woongedrag. Inmiddels is zijn zaak opgelost, maar dat lijkt meer geluk dan wijsheid. De naam in dit artikel is gefingeerd. Het verhaal is recent en is opgetekend uit het dossier van een bijstandsadvocaat.

Doodgeschoten broer

Amir heeft een vluchtverhaal. Zoals zovelen. Wat hij meemaakte op zijn tocht van Noord Afrika naar Europa heeft hem getekend. Het meest aangrijpende was de dood van zijn broer, die tijdens hun vlucht voor zijn ogen werd doodgeschoten. Amir komt terecht in Enschede, getraumatiseerd.

De stoppen slaan door

In Enschede slaan de stoppen door. Amir vertoont schizofreen gedrag. Hij is niet gewelddadig, buren of anderen hebben geen last van hem, maar hij loopt overdag met een zonnebril omdat hij licht niet verdraagt en van bouwen aan een toekomst is geen sprake. Zijn woning voldoet op geen enkele manier aan wat Nederlanders normaal, of zelfs maar minimaal noodzakelijk, vinden.

icon_main_info_white_glyph

Art 54, lid 1 Participatiewet

‘Indien de belanghebbende de voor de verlening van bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent, kan het college het recht op bijstand voor de duur van ten hoogste acht weken opschorten:…’

Twee jaar geleden deed hij een aanvraag bijzondere bijstand voor een koelkast. Die werd afgewezen. Sindsdien gebruikt hij een koelbox. Voor het overige verbruikt hij nauwelijks elektriciteit. Lampen heeft hij niet. Gordijnen evenmin. Er staan nauwelijks meubels

Terugvordering: 140.000 euro

Bij een controle stelt de gemeente vast dat er nauwelijks elektriciteit wordt afgenomen. Vreemder is dat het waterverbruik zelfs nihil is. Als ambtenaren de woning inspecteren, is de conclusie snel getrokken: Amir woont niet op het adres waarop hij zijn uitkering ontvangt. De uitkering wordt stopgezet en teruggevorderd. De gemeente stuurt een rekening van 140 duizend euro.

‘Onvoldoende medewerking’

Via via komt Amir bij een advocaat terecht. Die neemt contact op met de gemeente; de vordering wordt teruggebracht naar zevenduizend euro. De advocaat heeft een controle laten uitvoeren, waaruit onder meer blijkt dat de watermeter in Amir’s woning defect was. Inmiddels is er een dossier aangelegd waarin Amir’s toestand en staat uiteen zijn gezet. Maar de gemeente houdt twijfels en laat de vordering in stand. Amir heeft onvoldoende meegewerkt aan onderzoek, zo is de redenatie.

Een zieke gemeentejurist

De advocaat van Amir neemt andermaal contact op met de behandelend jurist van de gemeente, maar die is onvermurwbaar. Uiteraard, zo stelt hij, staat het Amir vrij om de zaak voor te leggen aan een rechter. Dan wordt de gemeentelijke jurist ziek. Hij wordt vervangen door een collega. Die neemt Amir’s dossier door en belt diens advocaat. “We trekken alles in”, is zijn boodschap. “Deze man is ziek.” De vordering is van tafel en Amir’s bijstandsuitkering wordt ambtshalve hersteld. We zijn dan anderhalf jaar verder.

Voor Amir is daarmee erger voorkomen, maar deze zaak roept een aantal vragen op. Hoe kan het dat de ene gemeentelijke jurist de situatie volkomen anders beoordeelt dan de andere? Dat lijkt op willekeur - het is maar net welke ambtenaar je tegenover je hebt. Of is de wet op heel verschillende manieren te interpreteren? Wat als die eerste gemeentelijke jurist niet ziek was geworden? Was dan de vordering in stand gebleven, ook voor de rechter? En op welke manier had de gemeente die beslissing dan in de rechtbank verdedigd?

Passende uitvoering

Het antwoord op de vraag of het uitmaakt welke ambtenaar je treft, is al gegeven. En wetten - of in elk geval de uitvoering daarvan - zijn altijd op verschillende manieren te interpreteren. Juridisch maakt het geen verschil of ik middenin de nacht, als de straten leeg zijn, na een paniekerig telefoontje van een van mijn kinderen een rood verkeerslicht negeer of als ik dat in de vrijdagmiddagspits doe. Maar de dienstdoende agent kan verschillend reageren: hij kan formalistisch zijn of coulant. Het verschil is een prent, of niet.

In Amir’s geval geldt hetzelfde. Vraag is alleen welke houding past bij het vertrouwen en het maatwerk dat het college en de gemeenteraad willen in de uitvoering van sociale wetten. De gemeente heeft, net als oom agent, de bevoegdheid om in redelijkheid te beslissen, al naar gelang de situatie.

icon_main_info_white_glyph

Art 56, lid 8, Participatiewet

‘Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.’

Kosten van bijstand kunnen worden teruggevorderd. Het moet niet. In het geval van Amir is het ook de vraag of hij redelijkerwijs had kunnen begrijpen wat er van hem werd gevraagd. Het antwoord dat een ambtenaar op die vraag geeft, is bepalend voor de beslissing die hij neemt.

Reactie gemeente

In een reactie op publicaties in deze serie stelt de gemeente om privacy-redenen niet in te gaan op casuïstiek. Verder stelt de gemeente de Participatiewet te hanteren zoals die is voorgeschreven, en dan in een individueel maatwerktraject. Tot slot wijst de gemeente op het onderzoek van de gemeenteraad naar de uitvoering van sociale wetten. De gemeente vindt het ook om die reden niet gepast om in te gaan op individuele gevallen en wil de resultaten ervan afwachten.


Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via info@1twente.nl of bel redactie Enschede (053) 432 75 27 of redactie Hengelo (074) 256 6699.