Enschede

Enschedese violist Wil Beer is 100: ‘Ik heb nooit luxe nagejaagd’

De eerste musical die kwam overwaaien uit Amerika; het orkest dat live muziek bij de film in de bioscoop speelde. Wil Beer, violist bij onder meer het Orkest van het Oosten, heeft het allemaal meegemaakt. Gisteren is hij 100 jaar geworden. âInteresseert u dit allemaal?â

456461 violist
Marjon Kok | Tubantia

Vreselijk vindt hij dit tijdsgewricht. âEen hopeloze en onzinnige situatie. En waarom? Dat jagen naar meer, meer en nog meer. Als je een dak boven je hoofd hebt, kunt eten en drinken en je kinderen fatsoenlijk kunt opvoeden, wat wil je dan nog meer? We hebben deze luxe en welvaart helemaal niet nodig om een beetje prettig te leven. Wat je doet maakt geen donder uit, als je er maar plezier in hebt.â
De tijd was waardevoller vroeger, zegt hij. âWe waren tevreden.â

Filosofisch en kritisch
Gisteren was het precies 100 jaar geleden dat hij werd geboren. En als je ouder wordt, word je wat filosofischer, zegt Wil Beer. Kritischer ook. Dat is precies de reden dat hij zijn viool niet meer aanraakt. âIk was 86 toen mijn vrouw zwaar ziek werd. Drie jaar later is ze overleden. Ik heb mijn viool weggelegd en nooit meer opgepakt. De spieren werden stram, mijn spel kon niet meer door de beugel.â

Hij werd violist, maar was voorbestemd om de fabriek van zijn vader over te nemen. âHuisorgels maakte hij. In de jaren 20 gingen veel mensen twee keer per dag naar de kerk. Thuis wilden ze ook nog een beetje kerkje spelen, dus werd er een imitatieorgel aangeschaft. Mijn vader maakte die dingen. Ik moest de fabriek overnemen, ik was zijn trots.â

De crisis kwam en Rotterdam, waar hij werd geboren, werd later - aan het begin van de Tweede Wereldoorlog - gebombardeerd. âHet hele centrum weggevaagd. Het pand van mijn vader werd opgekocht. Alle onderdelen kwamen uit Duitsland. En Duitsland, tja, Duitsland had andere interesses.â

Zo kon het gebeuren dat een kennis aan zijn deur klopte: bij de bioscoop werd een violist gezocht. Wil Beer werd broodmuzikant. âMensen weten dat niet meer, maar bij de film zat een orkest van vijftien man. Wat we speelden kun je vergelijken met wat André Rieu nu speelt: de betere amusementsmuziek. Daar zat ik in, en het betaalde goed.â

Musical? Ze zijn gek
Toen daar een einde aan kwam, verdiende hij een schamele boterham in orkesten die de betere zangkoren begeleidden. âDat heeft tien jaar geduurd. Toen kwam de eerste musical uit Amerika overgewaaid. Ik kon zes weken My Fair Lady doen. Toen ik het contract had ondertekend, dacht ik: ze zijn gek. Langer dan zes dagen zal dit niet duren.â
Het werd ruim drie jaar. âJohan Kaart - die kent u zeker niet - speelde Doolittle; Wim Sonneveld was Henry Higgins. De mensen waren er dol op. Stonden we drie weken in Deventer, waren alle kaarten al op de eerste dag uitverkocht.â

Kort daarop werd hij in Enschede gevraagd bij Opera Forum te komen spelen. âOpera wat? En Enschede, dat verre Enschede dat nog net op de kaart van Nederland staatâ¦â Hij dacht hier even te âpauzerenâ, maar verliet de stad waar hij zich nog steeds thuis voelt nooit. âWe hadden met de opera de opdracht om overal in Nederland de mensen iets te brengen wat ze niet kenden. 120 voorstellingen per jaar, om vier uur âs middags de bus in, om een uur âs nachts thuis. Ik heb het een heel leuke tijd gevonden. Als de voorstelling was afgelopen, ging ik een luchtje scheppen. Zag je die mensen met vergenoegde gezichten naar buiten komen. Dan dacht ik: ik heb ze een plezier gedaan.â

Het brengt hem op het volgende: âNu ik 100 ben, wie profiteert er nog van mijn bestaan? Toen was ik nuttig. Met die instelling heb ik altijd geleefd.â

Straatveger of boekhouder
Mensen die zichzelf op de borst kloppen, ook Wil Beer heeft ze meegemaakt. âMensen van meer-meer-meer. Het lijkt me voor de borst zo pijnlijk als je er steeds op slaat. Of je nu straatveger bent of boekhouder: het gaat erom dat je plezier hebt in wat je doet. Iedereen heeft zijn talenten en mankementen. Waar de een tekortschiet, kan de ander bijspringen. Samen kun je iets bereiken.â

Portret aan de muur
Hij vertelt over de tekening aan zijn schoorsteenmantel, waar hij al 20 jaar dagelijks op uitkijkt. âEen houtskoolportret van een meisje. Ik zag het ooit op een tentoonstelling, vond het prachtig. Toen ik weer naar buiten wilde lopen, kon ik niet voorbij het portret. Als ik de deur zou uitstappen, was het kind weg.â Het was bepaald geen goedkoop kunstwerk, maar hij heeft het gekocht. âIedere keer als ik ernaar kijk, hier thuis, raakt het me weer.â

Hij vergelijkt het met de muziek, waar hij zijn leven lang mee heeft doorgebracht. âIk ken violisten, technisch zó volmaakt, die mij niets doen. Muziek is als een cadeautje. Het kan mooi verpakt zijn, maar verpakking gooi je weg. Wat erin zit, dat is het geschenk.â

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede. foto: Frans Nikkels