Historische stadswandeling door oorlogsverleden Enschede: Doe mee!
Corona in Twente

Oproep zorgketen aan iedereen: Denk nú alvast na over ic-opname en reanimatie

De zorgketen staat onder hoge druk door corona. Aangenomen wordt dat die druk minder kan worden als iedere inwoner weet wat hij of zij individueel kan bijdragen. Daarvoor is het goed dat iedereen weet hoe die keten in elkaar zit. Maar hoe werken de verschillende schakels samen? En wat kan de gewone Twentenaar doen, zodat de druk op die schakels wordt verlicht en verdeeld, zodat zoveel mogelijk streekgenoten geholpen kunnen worden. In 1Twente Vandaag vertellen vijf schakels uit de zorgketen, die elke dag aan het front vechten, hun verhalen.

Enorme druk

Ziekenhuizen die vol liggen, zorg die uitgesteld moet worden en mensen die hun klachten niet serieus nemen, omdat ze bang zijn de huisarts te bellen. Het zijn bekende fenomenen. “We lopen een marathon waarvan de finish niet in zicht is”, constateert Hilde Dijstelbloem, bestuursvoorzitter van ZGT in Hengelo. ”Als zorg zijn we voorbereid op bijzondere situaties, maar ook voor ons zijn tien maanden heel lang.” Samen met een aantal andere artsen en bestuursvoorzitters zit zij in het Regionaal Overleg Acute Zorgketen. Regelmatig komen ze bij elkaar om regionaal afspraken over een betere samenwerking te maken. Juist in de afgelopen maanden werd deze samenwerking nóg belangrijker. “De zorgketen zit in Nederland al goed in elkaar. Als mensen gezondheidsklachten hebben, gaan ze in Nederland eerst naar de huisarts. Die gaat vervolgens kijken wat de beste plek is.”

Als die zorg op andere plekken echter niet meer geleverd kan worden, begint het systeem te knellen. De eerstelijnszorg, op dit moment de GGD en de huisarts, kunnen in de meeste gevallen helpen. Is dat niet het geval, dan komen andere schakels in actie. Maar ook de andere schakels in de keten, zoals thuiszorg, de verzorgings-en verpleeghuizen of de artsen in de spoedeisende hulp, voelen de toenemende druk.

Hilde Dijstelbloem Ernst Bergboer
ZGT-bestuursvoorzitter Hilde Dijstelbloem. © Ernst Bergboer

Testen blijft belangrijk

De GGD stond ineens in de spotlights de afgelopen maanden. Testen, bron- en contactonderzoek en sinds kort een grote vaccinatielocatie in Enschede. Sanne Mensink, normaal gesproken forensisch arts bij de GGD, moest vorig jaar ineens bijspringen om de collega’s een handje te helpen. “Inmiddels kunnen we gelukkig weer volledig bron-en contactonderzoek uitvoeren. We hebben zelfs de tijd om de maatregelen met de mensen goed door te nemen en advies te geven waar ze voor hulp terechtkunnen”, aldus Mensink. “Maar er waren ook tijden waarin we mensen alleen maar konden vertellen dat ze positief waren.”

De GGD-medewerker ziet nog wel heel vaak dat mensen zich te laat laten testen. “Misschien heeft het met de Twentse nuchterheid te maken. Ik weet het niet zo goed”, probeert Mensink dit fenomeen te verklaren. “Misschien denken ze dat het maar een kuchje is en ze deze klachten in de winter altijd hebben.” Maar Mensink weet hoe belangrijk het snel laten testen is: “Zo loop je minder lang rond met je klachten en is de kans kleiner dat je veel mensen besmet. Het is belangrijk voor de hele zorgketen.”

Sanne Mensink GGD
Sanne Mensink van de GGD © Ernst Bergboer

Sociale netwerken zijn belangrijk

Huisarts Reinier Hiddink uit Borne is het met de GGD-medewerker eens. Hij ziet dat er in de afgelopen maanden een bijzondere parallelweg is ontstaan. “Je hebt de GGD én de huisartsen. Heb je koorts of hoest, meld je dan bij de GGD. Of bij mij. Ik kan je altijd helpen. Bel”, benadrukt Hiddink.

Maar hij wil niet alleen dat mensen bellen. Hij vraagt de mensen ook om voor een eigen sociaal netwerk te zorgen. “Denk er alvast over na. Iedereen kan corona krijgen. Zorg ervoor dat er iemand klaarstaat om boodschappen voor jou te doen en soms door het raam te kijken. Op die manier komt niet alles bij de professionele zorg terecht”, licht de huisarts toe.

Reinier Hiddink Ernst Bergboer
Huisarts Reinier Hiddink uit Borne © Ernst Bergboer

Vraag naar andere thuiszorg verandert

Wie namelijk niet meer in staat is om voor zichzelf te zorgen of geen sociaal netwerk heeft, komt in aanmerking voor thuiszorg. Pam Rolink is zo’n medewerker in de thuiszorg. Ook voor haar is het een drukke en daardoor heel lastige periode. “Normaal gesproken zorgen we ervoor dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Dat gebeurt alles in overleg met de huisarts en mantelzorgers”, zegt Rolink over haar werk vóór corona.

Door corona is de vraag naar thuiszorg niet gestegen, maar de vraag naar andere thuiszorg neemt zichtbaar toe. “Ik krijg steeds vaker met mensen te maken die klachten hebben. Dat betekent dat we gauw moeten schakelen”, zo Rolink. Door de coronamaatregelen kan Rolink steeds minder die zorg verlenen die ze zou willen verlenen. “Douchen en aankleden kan soms niet. Daarom vragen wij eigenlijk ook om goed over het eigen netwerk na te denken en te kijken wie mij, naast de thuiszorg, kan ondersteunen. Zo kunnen we het als team veel beter oplossen en ervoor zorgen dat niemand alleen is. De druk op de thuiszorg gaat alleen nog maar toenemen de komende tijd.”

Pam Rolink thuiszorg Ernst Bergboer
Thuiszorger Pam Rolink © Ernst Bergboer

Dementerende ouderen overlijden meestal in verpleeghuis

Wie geen thuiszorg meer kan ontvangen, wordt naar een verpleeghuis verplaatst. Lotte Besseling is specialist ouderengeneeskunde en weet hoe ingrijpend de afgelopen periode voor de cliënten was. “De situatie is schrijnend. In de eerste golf konden we niet eens familie ontvangen.” Ze benadrukt dat deze situatie, met name voor dementerende ouderen, heel moeilijk is. “De meeste mensen die in een verpleeghuis wonen, zijn zo kwetsbaar, dat we hebben afgesproken dat ze bij een verslechtering door corona niet meer naar het ziekenhuis gaan.” Met name voor dementerende ouderen is dat de ingrijpend, weet Besseling. “Een nieuwe omgeving, een slangetje in je neus of een infuus. Dat is te veel voor oude, dementerende mensen.” Samen met haar collega’s probeert ze de cliënten daarom zo goed mogelijk, tot een bepaald niveau, in het verpleeghuis te verzorgen. “En als dat niet meer kan, zorgen we voor goede zorg in de terminale fase, een goede stervensbegeleiding, zodat ze geen pijn hebben en het niet benauwd krijgen.”

Lotte Besseling ouderenzorg Ernst Bergboer
Specialist ouderengeneeskunde Lotte Besseling © Ernst Bergboer

“Vaak zijn mensen levensbedreigend ziek”

Als er geen hulp meer is in de eerstelijnshulp, komen mensen uiteindelijk in het ziekenhuis terecht. De hele zorgketen probeert dat te voorkomen, maar soms zijn de coronaklachten te ernstig. “We werken heel nauw met de huisartsen samen. Zij kijken of de patiënt meer hulp nodig heeft”, aldus Jolein Huttenhuis. Als arts op de afdeling spoedeisende hulp heeft ze elke dag te maken met coronapatiënten. “Vaak komen de mensen veel te laat. De Twentenaar is misschien afwachtend, maar de mensen, die ik zie, zijn al best wel ziek voordat ze überhaupt een huisarts bellen. En dan komen ze binnen en maken vaak nog een grapje of een gesprekje. Maar zodra wij de zuurstofgehalte in het bloed meten, blijkt die superlaag te zijn. De longfoto’s zien er vaak ook heel ellendig uit. De mensen zijn vaak levensbedreigend ziek.” In die momenten maakt Huttenhuis nog vaak mee dat de patiënten niet weten wat het betekent als ze op een intensive care terechtkomen. “Meestal moet ik de gesprekken nog voeren en daar heb ik eigenlijk geen tijd voor. Ik vertel dan meer over eventuele reanimaties en wat het betekent als mensen op een intensive care terechtkomen. Dat is niet prettig kan ik je vertellen.”

Samen met haar collega’s is ze zich alvast aan het voorbereiden op de Britse variant. “Als de voorspellingen kloppen, kan de situatie heel nijpend worden. Dus laat je op tijd testen, denk met je familie over de impact van een reanimatie na en kom vroeg in actie, zodat iedereen een plek in het ziekenhuis krijgt.”

Jolein Huttenhuis Ernst Bergboer
Jolein Huttenhuis, arts op de afdeling spoedeisende hulp © Ernst Bergboer