Column
Video

Het kerstverhaal van Robert van der Meulen

1Twente-columnist Robert van der Meulen was te gast in Studio Balengebouw, met een kerstboodschap.

Kijken, voelen, zien

Had mijn vrouw mij een jaar geleden op deze dag genostradamust dat haar twaalf maanden later al driekwart jaar de fysieke toegang tot haar bureau ontzegd zou zijn, en dat het dragen van mond/neus textiel ons allen even vertrouwd zou zijn geworden als het aantrekken van een paar sokken, of - nóg bonter - dat we het normaal zouden zijn gaan vinden om bij de Hema wel een verse tompoes of rookworst te mogen kopen maar niet die verse onderbroek uit de stelling anderhalve meter verderop, ja, dan zou ik een melding gedaan hebben bij Mediant. Iets in de trant van: ´Ze is heel lief hoor, maar ze is overwerkt, de arme stakker.´

En nu is het dan opnieuw bijna Kerstmis. Dat wil zeggen het is al bijna twee maanden opnieuw bijna kerstmis want bij ons in de buurt jubelt de kerstgezelligheid je al vanaf de herfstvakantie - onze oudste zoon noemde het zo treffend ‘kerfstvakantie’ - ongenadig tegemoet. Flonkerende sterren sieren gevels, lichtslangen doen datzelfde in hagen, coniferen en balkons, hysterisch verlichte vensters en voortuinen met daarin een enkele keer zelfs een roodneuzig hoefdier dat blijmoedig een arrenslee voorttrekt waarop gezeten een Amerikaanse bolbuikige, hyperactieve nepsinterklaas. Jawel, alles en iedereen doet dit jaar enthousiast en op tijd kond van de vreugdevolle komst van Het Kindeke.

Ach, milde ironie ligt wel in mijn aard maar is niet altijd terecht. We hebben het even nodig, dat is wat ik zeggen wil. We moeten immers iets met onze collectieve onzekerheid sinds we overvallen zijn door De Pest. Dus zoeken we heil en zegen in besmettelijke kneuterigheid.

2020 was een lelijk jaar, het overtrof onze stoutste dromen, of, zo u wilt, nachtmerries.

Toch viel er als altijd ook schoonheid te zien. Voor wie zien kan dan. Gelukkig lukt mij dat, ondanks beroerde ogen, nog aardig. Met dat cadeautje uit het universum prijs ik mij rijk. Want ook in dit klotejaar waren het de kleine dingen die het deden. Zo zag ik kinderen een stoeptekening maken voor het raam van het toekijkende hoogbejaarde echtpaar dat niet naar buiten mocht. Zo aandoenlijk dat ik stiekem even een Vissermansvriendje wegslikte. En in de krant en op Facebook zag ik deze week een BT´er het kerstverhaal uitleggen aan de hand van de door hem eigenhandig gefröbelde kersstalopstelling bij hem thuis. Dat deed hij in onze Mooderspraoke, dus helemaal op z’n Riesewieks. Hoe mooi.