Zaak Ardesch

Alternatieve feiten in de zaak Ardesch (4): ‘Ardesch stelde onredelijke eisen’

De Enschedese ondernemer Gertjan Ardesch stelde onredelijke eisen in de onderhandelingen over het conflict dat hij heeft met de gemeente Enschede. Die onderhandelingen liepen daarop stuk en de gemeente was genoodzaakt om naar de rechter te stappen. Ook latere pogingen om te schikken mislukten om die reden, ondanks een ruimhartige opstelling van de gemeente. Zo luidt in elk geval de gemeentelijke lezing. Maar hoe onredelijk waren die eisen van Ardesch?

Ardesch Spinnerij Ernst Bergboer Jessy Soepenberg
Gertjan Ardesch en Spinnerij Oosterveld, waar de Enschedese ondernemer jaren samenwerkte met de gemeente Enschede - tot het mis ging © Ernst Bergboer, Jessy Soepenberg

Dat conflict tussen de gemeente Enschede en de ondernemer Ardesch draait om wederzijdse claims. Ardesch heeft met een bedrijf (Wellinga) huurschulden bij de gemeente, de gemeente is een ander bedrijf van de ondernemer (SteQ) nog geld verschuldigd voor geleverde diensten. Over die huurschulden is een rechtszaak gevoerd, over de hoogte van het bedrag dat de gemeente Ardesch nog moet betalen bestaat verschil van mening.

Twee verschillende perioden

Wie de vraag wil beantwoorden of de stelling dat Ardesch onredelijke eisen stelde klopt, moet twee periode’s in ogenschouw nemen waarin de gemeente en de ondernemer met elkaar onderhandelden. Zowel voor als na de rechtszaak lagen er over en weer eisen op tafel en zijn er pogingen ondernomen om tot een schikking te komen.

Daarbij waren twee verschillende wethouders betrokken. De een - VVD’er Jeroen Hatenboer - was tot en met de start van de rechtszaak verantwoordelijk voor de bestuurlijke en ambtelijke afwikkeling. De andere, Jeroen Diepemaat (ook VVD), nam het stokje over en probeerde in de nasleep van die rechtszaak te schikken, terwijl in gemeenteraad en pers de eerste vragen klonken

De eerste ronde: voor de rechtszaak

Bij de eerste onderhandelingsronde vonden beide partijen elkaars eisen onredelijk. Ardesch was het niet eens met de huurbedragen die de gemeente hem in rekening had gebracht. De gemeente stelde zich op het standpunt dat Ardesch onredelijke bedragen claimde voor geleverde diensten.

Er spelen een paar bijzonderheden bij die eerste onderhandelingsronde. Die schikkingspoging was tot stand gekomen nadat Ardesch een klacht had ingediend, na vergeefse pogingen om met de gemeente in gesprek te komen; het was de klachtencommissaris die partijen om tafel bracht. Inzet was de start van onderhandelingen waarbij de wederzijdse claims met elkaar verrekend konden worden.

Maar meteen nadat de klachtencommissaris binnen de gemeentelijke organisatie melding maakte van de binnengekomen klacht en navraag begon te doen, besloot de gemeente met haar claim op het ene bedrijf van Ardesch naar de rechter te stappen (zie de afbeelding hierboven). Anders gezegd: de mogelijkheid om die huurschulden te verrekenen met de claims van het andere bedrijf werd geblokkeerd; er viel alleen nog te onderhandelen over de claim die Ardesch op de gemeente had.

Wellinga en Ste Q gescheiden trajecten
De gemeente vroeg Ardesch geen juridische stappen te zetten, maar ging prompt daarop met haar claim wel naar de rechter © 1Twente

Na afloop van de rechtszaak was Ardesch de gemeente ruim 16.000 euro verschuldigd. Daarbij hoort de kanttekening dat de rechter in zijn vonnissen voor wat betreft de betwiste bedragen Ardesch in het gelijk stelde. Anders gezegd: Ardesch stelde ten aanzien van de bedragen met betrekking tot zijn huurschuld geen onredelijke eisen. En over de schuld waarmee Ardesch uit de rechtszaak kwam, bestond (en bestaat) geen verschil van mening.

Die vordering van 16.000 euro waartoe de rechter de ondernemer veroordeelde staat nog altijd open. Ardesch kwam berooid uit de rechtszaak en heeft niet de middelen om zijn schuld te voldoen.

Een eerste onderhandelingspoging

Voorafgaand aan die rechtszaak vond er een eerste korte onderhandelingsronde plaats. Dat gebeurde nadat de Enschedese klachtencommissaris tussenbeide kwam. Die bemiddeling van de klachtencommissaris leidde tot een korte onderbreking van de rechtsgang en een advies. Dat laatste was op verzoek van toenmalig wethouder Hatenboer, omdat partijen de openstaande claims over en weer als onredelijk beschouwden.

De klachtencommissaris adviseerde de juridische procedure ‘on hold’ te zetten en onafhankelijk onderzoek naar de zaak te laten doen. Uit dat onderzoek moest blijken wat redelijk zou zijn en wat niet, en wat vervolgens de weg naar een oplossing zou moeten zijn.

Tijdens de korte onderbreking van de rechtsgang werd een schikkingspoging gedaan. Die bestond uit een bod van de gemeente, dat Ardesch afsloeg. Hij vond het bod niet redelijk. Daarop legde de verantwoordelijk afdelingsdirecteur dat advies van de klachtencommissaris naast zich neer en herstartte hij de juridische procedure. De eisen van Ardesch vormden ‘een breekpunt in de onderhandelingen’, zo motiveerde de afdelingsdirecteur later.

Brief aan NO
Fragment uit de reactie van de gemeente na vragen van de Nationale Ombudsman © 1Twente

Overigens klopt de in deze brief genoemde timing van die zogenoemde 'gezamenlijke beslissing', de gevoerde onderhandelingen en de rechtsgang die daarop volgde niet.

Die vermeend gezamenlijke beslissing is niet in mei genomen maar in een telefoongesprek in juni. En pas nadat de gemeente in die (korte) onderhandelingen een laatste bod had neergelegd dat Ardesch afwees. Prompt daarop heeft de gemeente de juridische procedure voortgezet.

De rechter stelde later vast dat Ardesch met betrekking tot zijn huurschuld en de claim van de gemeente op hem niets onredelijks had geëist. Of dat wel het geval was voor wat betreft het bedrag dat Ardesch bij de gemeente claimde, bleef onduidelijk. De rechter boog zich alleen over die huurschuld, een onafhankelijk onderzoek waarin ook de claim die Ardesch op de gemeente had werd meegenomen, bleef uit.

Daarmee was en is de stelling dat Ardesch in die eerste onderhandelingsronde ‘onredelijke eisen’ op tafel legde, de subjectieve mening van de gemeente, die partij is in dit conflict. Daarover verderop in dit artikel meer.

De tweede onderhandelingsronde: na de rechtszaak

De tweede onderhandelingsronde vond plaats nadat de rechtszaak was afgerond. En nadat er een nieuw college - met een nieuwe wethouder - was geïnstalleerd. Die tweede ronde bestaat uit een serie gesprekken tussen de nieuwe wethouder Diepemaat en Ardesch, die uiteindelijk ook niet tot een schikking leidden.

Ook daarbij waren de eisen van Ardesch, zo stelt de gemeente, een breekpunt. De wethouder wilde de slepende kwestie de wereld uit helpen en deed een bod dat ruimhartiger was dan de gemeente redelijk vond, maar Ardesch sloeg dat af en kwam met een onredelijke tegeneis van ‘enkele tonnen’.

De wethouder spreekt hier van een onredelijke en niet te onderbouwen claim van Ardesch en een eis van enkele tonnen, gedaan in een laatste gesprek met de ondernemer.

Volgens een brief van de gemeente aan Ardesch bestond de claim van de ondernemer uit een vergoeding voor gemaakte proceskosten, een vergoeding voor verdwenen meubilair en een claim voor koffie en niet betaald gebruik van ruimte. De gemeente wilde alleen mee in die vergoedingen voor meubilair en koffie, zij het voor een lager bedrag dan Ardesch eist.

Claim Ardesch en aanbod gemeente
De claim van Ardesch en het aanbod van de gemeente uit de brief waarin de gemeente aankondigde de onderhandelingen te stoppen omdat het verschil te groot was © 1Twente

Proceskosten terecht geclaimd of niet?

Voor wat betreft die proceskosten vindt de gemeente dat Ardesch in eerdere gesprekken de kans heeft gehad om een rechtszaak te voorkomen. Anders gezegd: Ardesch stelt dat hij ten onrechte voor de rechter is gesleept, de gemeente is een andere mening toegedaan.

In een eerder artikel in deze reeks is uitgebreid stilgestaan bij de vraag of de gemeente in deze zaak al dan niet terecht naar de rechter is gestapt. Wie alle feiten uit het dossier met betrekking tot het hele proces op een rijtje zet, ontkomt niet aan de conclusie dat er grote vraagtekens te plaatsen zijn bij die rechtsgang. Het heeft er alle schijn van dat niet Ardesch maar de gemeente de kansen die er waren om rechtsgang te voorkomen actief en doelbewust niet heeft aangegrepen. Meer daarover lees je in een vorig artikel in deze reeks.

In het kort komt dat neer op een aantal concrete beslissingen die de gemeente op cruciale momenten nam.

Kansen om rechtszaak te voorkomen niet aangegrepen

Het geschil ontstond op het moment dat de gemeente een lopende betalingsregeling stopte met de bedoeling om zo snel mogelijk te dagvaarden (dat is: naar de rechter te stappen). Verzoeken van Ardesch om in gesprek te gaan over de wederzijdse vorderingen werden afgehouden. Op het moment dat de Enschedese klachtencommissaris daarin probeerde te bemiddelen, heeft de gemeente het bedrijf van Ardesch dat huurschulden had gedagvaard. Vervolgens heeft de gemeente Ardesch één schikkingsvoorstel gedaan en een (bindend) advies van de klachtencommissaris om het juridische traject te stoppen en eerst onafhankelijk onderzoek te laten doen naast zich neergelegd.

Maar dat voorstel ging alleen over het bedrijf van Ardesch dat een huurschuld bij de gemeente had: Wellinga. De vordering die het andere bedrijf van Ardesch op de gemeente had, werd buiten beschouwing gelaten. Dat blijkt uit een mail die de gemeenteadvocaat aan de advocaat van Ardesch stuurde.

Finale bod gemeente
Fragment uit de e-mail van de gemeenteadvocaat aan de advocaat van Ardesch waarin de gemeente een eerste en laatste schikkingsvoorstel doet voor wat betreft de huurschuld van Ardesch; de claim die Ardesch op de gemeente heeft blijft buiten beschouwing © 1Twente

Opmerkelijk is dat de gemeente niet heeft gewacht tot 12 juni, het moment waarop dit finale aanbod zou verlopen, maar Ardesch een uur later liet weten het advies van de klachtencommissaris naast zich neer te leggen en naar de rechter stappen als hij het bod niet zou accepteren.

(In deze mail wordt overigens gerefereerd aan het telefoongesprek waarin, volgens een latere lezing van de gemeente, gezamenlijk met Ardesch zou zijn besloten om af te zien van onafhankelijk onderzoek.)

Mail vastgoed GJA
De mail van de directeur Vastgoed, een uur na het finale bod van de gemeenteadvocaat, waarin wordt aangekondigd dat de gemeente de rechtszaak herstart als Ardesch niet akkoord gaat © 1Twente

Uit een eerdere mail van de advocaat van Ardesch aan de gemeenteadvocaat blijkt daarnaast dat de gemeente zich op het standpunt stelde dat SteQ helemaal geen vordering op de gemeente had.

Ste Q geen vordering
In deze mail beklaagt de advocaat van Ardesch zich over het feit dat de gemeente ontkent dat de ondernemer een vordering op haar heeft © 1Twente

Ardesch, die hoopte op onderhandelingen over de wederzijdse vorderingen, sloeg het voorstel geëmotioneerd af. Hij vond de schikking beneden de maat en vermoedde opzet: hij zou het te lage bod niet accepteren, waarna de gemeente zich vrij zou voelen het geadviseerde onderzoek naast zich neer te leggen en verder te gaan met de gerechtelijke procedure.

Mail GJA de truc
Ardesch vermoedt opzet: de gemeente doet hem een onacceptabel voorstel dat hij vanzelfsprekend afwijst, waarna de rechtsgang voortgezet kan worden © 1Twente

Saillant hier is ook dat de gemeente Ardesch al eerder had gevraagd om voorlopig niet met de claim van SteQ naar de rechter te stappen, maar enkele dagen later wel zelf dat andere bedrijf, Wellinga, voor de rechter sleepte. Meer informatie daarover is te vinden in het vorige artikel uit deze reeks.

Gerede twijfel of de rechtszaak terecht was

Geen van deze bevindingen is tot op heden weerlegd, ook al is daar herhaaldelijk de gelegenheid toe geboden. De gemeente heeft alleen haar standpunt herhaald dat die rechtsgang onontkoombaar en gerechtvaardigd was, zonder de aangevoerde feiten te weerleggen of die herhaalde stelling nader te onderbouwen.

Samengevat: er bestaat gerede twijfel of de rechtszaak tegen Ardesch onontkoombaar was en op faire gronden is gevoerd. Daarmee is de claim van Ardesch voor vergoeding van de kosten die hij daarvoor maakte niet zonder meer onredelijk. Overigens waren die kosten hoger dan Ardesch eist: 27.000 in plaats van ruim 16.000 euro.

De rechter heeft Ardesch geen vergoeding voor gerechtelijke kosten toegekend. Hij velde alleen een oordeel over de huurschulden van Ardesch, die een deel van wat de gemeente daarin eiste (terecht) betwistte. Evengoed was hij na afloop de gemeente ruim 16.000 euro verschuldigd. De rechter gaf beide partijen (on)gelijk en kende daarom geen van beide een vergoeding voor gemaakte kosten toe.

Die door de rechter bepaalde huurschuld van ruim 16.000 euro staat nog altijd open en is terug te vinden als ‘Vonnis Wellinga’ in de eerder genoemde brief met het laatste aanbod van de gemeente.

Claims niet te onderbouwen?

Wethouder Diepemaat stelt dat de claims van Ardesch niet redelijk en ook niet te onderbouwen zijn, maar dat de gemeente daar uit coulance toch gedeeltelijk in mee is gegaan. Maar van alle in deze laatste brief genoemde eisen van Ardesch bestaat een gedetailleerde administratie. Die vormde de basis voor de rekeningen die Ardesch de gemeente stuurde.

De koffieclaim is gebaseerd op gedocumenteerd gebruik van koffie- en printfaciliteiten over een periode van drie jaar voor - alles bij elkaar - vijftig mensen. Voor werknemers van bedrijven die ruimten huurden werd daarvoor 25 euro per persoon per maand gerekend. Niet alle bedrijven (en medewerkers) hebben daar drie jaar lang gebruik van gemaakt en dit is een samenvatting, maar namen van bedrijven, aantallen medewerkers en perioden zijn bijgehouden en vastgelegd.

Van het verdwenen meubilair zijn inventarislijsten gemaakt en foto’s gemaakt, voordat het de gemeente in consignatie werd gegeven. De meubels werden flexibel ingezet om bijvoorbeeld kantoorruimten in te richten.

Verdwenen meubilair
Fragment van de administratie van Ardesch van het consignatie gegeven (en later verdwenen) meubilair © 1Twente

Ardesch regelde daarnaast onder meer de bezetting van receptie en bar en verhuurde ruimten in De Spinnerij. Dat gebeurde in nauwe samenwerking met de gemeente, met als doel die Spinnerij Oosterveld nieuw leven in te blazen. Tegen de afspraken in werden er ook ruimten en materialen door ambtenaren verhuurd. Er circuleerde voor potentiële huurders zelfs enige tijd een flyer met contactgegevens van de gemeente. Zij konden contact opnemen met het gemeentelijke Vastgoedbedrijf.

Flyer verhuur cecee
Flyer van huurmogelijkheden binnen CeeCee met contactgegevens van het gemeentelijk Vastgoedbedrijf © 1Twente

Ardesch liep daardoor inkomsten mis en deed er daarom meermaals melding van. Deze verhuur buiten de afspraken vormt de basis voor de claim ‘verhuur ruimte Spinnerij’.

Melding illegale huur
Ardesch deed meerder maken melding van de verhuur van ruimten en voorzieningen door ambtenaren, buiten de afspraken om © 1Twente

Je kunt bakkeleien over de perioden waarover rekeningen zijn opgebouwd, de aantallen mensen die daarin zijn meegenomen en de waarde van het opgeslagen meubilair. Of de vraag wie ze heeft doen verdwijnen. Maar met de stelling dat de eis van Ardesch niet te onderbouwen en niet redelijk is, wordt de suggestie gewekt dat hij er met zijn claim maar een slag naar slaat. En dat blijkt niet het geval.

Een claim van enkele tonnen?

In de brief van oktober 2019 waarmee de gemeente de onderhandelingen met Ardesch als beëindigd beschouwde omdat het verschil tussen eis en aanbod niet te overbruggen was, is geen sprake van een claim van ‘enkele tonnen’. Anders gesteld: Ardesch heeft in formele onderhandelingen uiteindelijk 60.000 euro geëist. De gemeente bood ruim 27.000 euro. Het te overbruggen verschil was ruim 33.000 euro.

In 2021 heeft nog een gesprek plaatsgevonden tussen wethouder Diepemaat en Ardesch. Dat ging, zo verklaart Ardesch, niet over geld maar meer over de vraag wat er wel en niet klopte aan wat hij had geëist. In dat gesprek heeft Ardesch’ adviseur volgens hem gesteld dat die eis enkele tonnen zou bedragen bij doorrekening van de werkelijk geleden schade over de voorbije jaren. Inclusief derving van inkomsten omdat Ardesch in de afgelopen jaren niet in staat is geweest zijn normale bedrijfsvoering voort te zetten. Hij kampt met gezondheidsproblemen die naar zijn zeggen een gevolg zijn van de kwestie.

Die ‘honderdduizenden euro’s’ zijn in een gesprek met Diepemaat dus wel genoemd, maar niet als eis op tafel gelegd.

Conclusie: Ardesch heeft geen onredelijke eisen gesteld

De gemeente stelt dat Ardesch onredelijke eisen zou hebben gesteld. Vraag is welke dat dan zijn?

De gemeente gaat voor een goed deel mee in de claim die betrekking heeft op verdwenen meubilair. Die claim is dan ook onderbouwd met foto’s en overzichten van de meubels die Ardesch de gemeente in consignatie gaf.

De koffieclaim van Ardesch is fors, maar heeft betrekking op een flinke groep mensen die gedurende een behoorlijk lange tijd gebruik van diensten heeft gemaakt. Aan die diensten liggen afspraken ten grondslag, waaraan zowel de gebruikersaantallen als de betreffende perioden te ontlenen zijn.

Of de schadevergoeding die Ardesch eist voor de kosten die hij maakte voor de rechtszaak (on)redelijk is, hangt af van de vraag of de gemeente hem terecht voor het gerecht daagde. Was dit nou een uit de hand gelopen maar regulier zakelijk geschil tussen de gemeente en een ondernemer dat uiteindelijk voor het gerecht is uitgevochten, of ontbrak de grond voor een rechtszaak en is daar zelfs bewust op aangestuurd? De aanwijzingen in het dossier wijzen op dat laatste.

Ardesch heeft nooit ‘enkele tonnen’ als eis op tafel gelegd. Dat niet nader omschreven bedrag, genoemd door zijn advocaat, kan als een dreigement zijn opgevat, maar daarmee is het nog geen claim.

Tot slot is daar nog de stelling van de wethouder dat de rechter uitspraak heeft gedaan, waarmee nieuw onafhankelijk onderzoek naar de zaak niet zinvol is. Die stelling schiet te kort. De rechter boog zich over een juridisch geschil dat alleen betrekking had op de huurschulden van Ardesch. Niet over de vorderingen die Ardesch met SteQ nog op de gemeente heeft.

Toch alsnog onafhankelijk onderzoek?

Bovendien ging dat juridische geschil over geld, niet over de vraag of die rechtszaak te voorkomen was geweest. Of over de manier waarop ambtenaren en bestuurders in deze zaak hebben gehandeld en de vragen daarover hebben beantwoord.

En dat is precies waar deze schoen nog altijd wringt.

Rest de vraag of de gemeente een reden gehad kan hebben om zo te handelen. En welke die dan was. Daarover meer in een volgend artikel.


Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via mail of telefoon.